zaterdag 19 december 2009

Langzaam denken

Over opiniemakers en intellectuelen

De toestand van onze samenleving kan niet beter worden gekarakteriseerd dan door het hemelsbrede verschil tussen opiniemakers en intellectuelen. Wat ooit een intellectueel vruchtbaar klimaat was, wordt nu geteisterd door de buien van opiniemakers. Of, om de klimatologische metafoor naar het regenwoud uit te breiden, de intellectuele longen van de Nederland worden in hoog tempo gekapt door mensen die slechts zijn geïnteresseerd in een snelle winst.
Ik ben fan van televisie. Ik omarm nieuwe media en technologie. Ik houd van de mogelijkheden om informatie razendsnel en met de hele wereld te delen. Ik geniet van de snelheid van computergames. Vol verwachting kijk ik uit naar de volgende resultaten van alle wonderen der techniek, van de Hubble telescoop via fMRI scans tot de Large Hadron Collider. Kortom, ik denk dat onze cultuur in deze tijd onovertroffen mogelijkheden biedt tot het vergaren van kennis en het beschouwend genieten van de wereld. Maar waarom gebeurt dat laatste dan niet? Hoe komt het dat de wereld nog steeds wordt geteisterd door een stortvloed van onzin? En, een nog prangendere vraag, hoe komt het dat zoveel mensen die onzin voor zoete koek aannemen?
Laat ik het antwoord direct geven, voordat de meeste lezers afhaken. Het komt doordat er een sterke voorkeur is voor snelle denkbeelden. Denkbeelden die gemakkelijk bekken, lekker klinken, en eenvoudig aansluiten bij wat er toch al werd gedacht, verdringen alles wat tijd nodig heeft om te bezinken. Een intellectueel oordeel vergt tijd. In eerste instantie moeten de directe emoties en rationaliserende intuïties worden onderdrukt en uitgesteld. Daarna moet alles eens rustig tegen het licht worden gehouden, en moet aanvullende informatie worden gezocht, gelezen en gegeven. Vervolgens probeer je concurrerende standpunten te onderbouwen totdat ze verdedigbaar voelen en emoties verschuiven. Pas dan neem je de stap naar een eigen, degelijk onderbouwd standpunt. En tot die tijd schort je je oordeel op.
Dit is een pleidooi voor langzaam denken. Dit is een pleidooi voor het antwoord “Ik weet nog niet precies wat ik hiervan moet denken…” als je wordt gevraagd om je mening. Dit is een pleidooi voor het lezen van dikke boeken, het bekijken van lange documentaires, en de wil om standpunten te doorgronden die je tot dusver niet had begrepen. Geef snelle oordelen de mogelijkheid om te worden beteugeld door denkbeelden die aanvankelijk onbevattelijk leken.
Drie voorbeelden van de terreur van opiniemakers:
- Nederland werd niet geteisterd door de Mexicaanse griep. Nederland werd geteisterd door een tsunami van irrationaliteit rond de Mexicaanse griep. In de Europese Unie kan een normale seizoensgriep tot wel 200.000 slachtoffers eisen. Een gemiddelde winterse griepepidemie Nederland doodt 250 tot 2.000 personen. Dus waarom waren we zo bang voor de Mexicaanse griep? Waarom zijn we zo bang voor inentingen?
De verklaring is te eenvoudig. Als Ab Osterhaus in veelbekeken televisieprogramma’s verkondigt dat er een potentieel dodelijk virus aankomt, dan reageert ons brein in eerste instantie op het woord “dodelijk” dat met een gezaghebbend gezicht wordt uitgesproken. Er ontstaat een angstreactie die ons intellect overspoelt. Alle reden dus om juist niet te oordelen. Maar een angstreactie maakt tegelijkertijd dat we geneigd zijn snel te oordelen en handelen. Dus Osterhaus en consorten hebben ons in de tang.
- Naast de griep zijn we ook overspoeld door een financiële crisis. Volgens precies hetzelfde mechanisme. De angst sloeg handelaren om het hart toen ze hun beleggingen ongedekt in rook zagen opgaan, en verspreidde zich vanaf de beursvloer via de media naar de angstkwabben van breinen over de hele wereld. De financiële crisis was een gevolg van angst, en niet omgekeerd. Er kwam geen golf van armoede aan. We veroorzaakten een lichte rimpeling in onze welvaartsstaat door overmand door angst te snel en daardoor verkeerd te oordelen.
- Een derde voorbeeld is het zogenaamde ietsisme. Ietsisme ontstaat door de angst dat na de dood van God het leven zinloos wordt. Angststress overspoelt ons brein zodra de leegte van de hemel op ons neerdaalt. De vaderlijke bescherming valt weg, en de verlatingsangst maakt zich van ons meester. Er moet toch wel iets zijn, anders… ? Kluun is de verpersoonlijking van deze angst. Hij is niet alleen bang voor een lege hemel, maar ook voor atheïsten die verkondigen dat de hemel leeg is. Het boekje God is gek, met als ondertitel De dictatuur van het atheïsme, wordt zo een klassiek geval van de boodschapper doden omdat de boodschap je niet bevalt. Als een waanzinnige plakt Kluun citaten aan elkaar, om maar te laten zien dat hij in ieder geval niet gek is, en dat er toch heel veel mensen zijn die in iets geloven. Maar waarom die panische graai reactie, als een gestreste chimpansee die steun zoekt bij zoveel mogelijk groepsgenoten? Waarom geen doorlopend betoog om te betogen dat…? Ja, om wat te betogen, eigenlijk? Dat honderd keer een hoop op iets het atheïsme weerlegt?
Het grootste verschil tussen opiniemakers en intellectuelen is een verschil in angst, en daarmee een verschil in snelheid. Intellectuelen reageren slechts snel als het onderwerp hen geen angst meer inboezemt. Buiten de gebieden waarin ze zich hebben verdiept, reageren ze traag en terughoudend. Opiniemakers daarentegen houden van een snelle reactie. Wat nu gebeurt, moet binnen een uur met een quote op televisie. Al voor die tijd twittert, smest, blogt en belt iedereen er over, angsthaas Albert Verlinde voorop.
Dit is een pleidooi voor het langzame denken, slow thought, met name in het publieke domein. Kunt u uw eigen standpunt en dat van uw tegenstander onderbouwen (dat is meer dan onderstrepen) met een mooi vertoog van anderhalf A4tje? Ja, dan hebt u recht van spreken. Zo nee, dan geldt het aloude filosofisch adagium dat het beter is te zwijgen als men ergens niet over kan spreken.


God is gek actieboekje
God is gek actieboekje
Kluun

2 opmerkingen:

Jan Willem zei

Ik ben helemaal voor het goed doordenken van onderwerpen als minimale voorwaarde om er iets van te vinden en dat eventueel ook nog te uiten. Angst speelt vast ook wel een rol in de (snelle?) vorming van opinies, maar dat hoeft niet zo te zijn. Wat dacht je van denkluiheid of zelfs beperkt denkvermogen (zeg maar domheid)? Hmm, dit is misschien wel te snel...

Ollie zei

Ik kan het standpunt van dit artikel alleen maar omarmen. Ik zat nog na te denken aan de oorzaak van deze lust voor snelle denkbeelden.. Mijn inziens heeft dit deels te ‘danken’ aan de manier waarop het onderwijs in Nederland is georganiseerd. Al jaren wordt er een keihard onderscheid gemaakt tussen cultuur/kennis en deskundigheid/vaardigheid. Door het breder toepassen van bv de ‘learning by doing’-methodiek, worden leerlingen en studenten onderwezen door het accent op het ervaren van het nut (lees: toepassing) van een nog te verweven kennis, als of dit een conditie sine qua non was van bestaansrecht van een bepaald vak. Theorie komt dan pas aan bod als er eerst bewezen wordt dat het in de praktijk ook utile kan zijn. Met andere woorden: ‘waarom zou ik moeten weten dat de ‘achillespees’ genoemd wordt naar een held uit de Griekse mythologie?” Deze benadering wordt steeds meer de norm, onder de mantel dat studenten beter moeten aarden in de samenleving en dat de kenniscirculatie daardoor efficiënter loopt. Dit creëert vervolgens twee reactie: kennis moet snel herkenbaar worden als ‘toepasbaar’ door dit gelijk te confronteren met de praktijk en men wordt getraind (en niet meer geleerd) om deze beeldherkenning. Een neveleffect ervan is dat de ‘algemene cultuur’ wordt afgebouwd van opleidingsprogramma ten baten van een vervroegde beroepkeuze en verdere specialisatie, welke steeds eerder wordt gestimuleerd in de onderwijskolom.

Deze ontwikkeling gaat ook gepaard met een andere verwarring, namelijk dat de eigen cultuur, te beschrijven als de som van de kennis en weetjes in de herinneringen van een mens, één op één qua benuttingwaarde te vergelijken valt met een kennisdatabase van ICT-opslaghardware. Met ander woorden: ‘waarom zou ik leren dat de Val van Breda in 1632 plaatsvond, als ik het net zo makkelijk op Google kan vinden?” De strijd tussen een ‘geleerde of geletterde’ vormen en een ‘wijze’ is niet nieuw: Dewey, Montessorie en Montaigne versus Rabelais of Erasmus, in de 16de eeuw al. Mijn stelling is dat de huidige ‘hype’ om zoekvaardigheden te ontwikkeling primair aan het ‘encyclopedisch leren’ de hierboven vermelde ‘lust naar denkbeelden’ voedt.