vrijdag 2 mei 2008

De armoede van een brein in een vat












Stel, mijn brein drijft in een vat met een of andere voedende zoutoplossing. De bloedtoevoer en afvoer is geregeld met een speciaal aangepaste hart-longmachine. De zenuwbanen die mijn brein binnenkomen en verlaten zijn aangesloten op een computer waarop een programma draait dat de wereld simuleert. Althans, dat computerprogramma geeft mijn zenuwbanen dezelfde input die ze zouden krijgen als ik in de zon op een stoel in de tuin zou zitten met een kop van mijn favoriete thee, een bijzonder stuk taart, en de laatste hoofdstukken uit Oliver Twist. Heb ik op dat moment hetzelfde bewustzijn als ik had ten tijde van de ‘echte’ (ja, wat betekent echte nog als dit mogelijk is?) tuinervaring van afgelopen maandag 28 maart? Laten we voor het gemak verder even stellen dat mijn brein in exact dezelfde toestand is gebracht als vlak voor de echte tuinervaring. Dan nogmaals de vraag, krijg ik, als brein in het vat aangesloten op de computer, dezelfde bewuste ervaring als ik op 28 maart had?
Dit is wat filosofen een gedachte-experiment noemen. Het experiment is nooit daadwerkelijk uit te voeren, maar het kan helpen om diverse filosofische posities tegenover elkaar te zetten. Op die manier zal ik mijn tuinervaring hier ook gebruiken. Filosofen stellen zich veel vragen rond het menselijk bewustzijn, en een van die vragen is waar de processen zich bevinden die bij het bewustzijn zijn betrokken. Hieronder zal ik mogelijke antwoorden op deze vraag uiteenzetten en de verschillende filosofische posities die erbij horen van een label voorzien. Ik zal dat zo neutraal mogelijk proberen te doen, alhoewel ik erbij moet zeggen dat mijn voorkeur uitgaat naar vormen van externalisme. Vandaag komt externalisme nog niet aan de orde, en zal ik mij beperken tot vormen van internalisme. Welnu, voor een derde keer dan de vraag: Is de bewuste ervaring van mijn brein in het vat ononderscheidbaar van de bewuste echte tuinervaring?
Als de processen die bij het bewustzijn zijn betrokken zich uitsluitend in mijn hersenen bevinden, dan is het antwoord op deze vraag “Ja!”. Als u van mening bent dat mijn bewustzijn ontspruit aan een gebied in de hersenen, dat wil zeggen, als u denkt dat mijn bewustzijn op een of andere manier een gevolg is van activiteit ergens in mijn hersenen en van niets anders, dan moet u deze vraag met “Ja!” beantwoorden. De bewustzijnservaring van mijn brein drijvend in het zoutbad is niet te onderscheiden van de ervaring van mijn brein aangesloten op mijn lichaam, de echte tuinervaring. Deze filosofische positie duid ik aan met de term Cartesiaans internalisme.

Cartesiaans internalisme:
De bij het bewustzijn betrokken processen bevinden zich uitsluitend in het brein.

Nu is het moeilijke van discussies rond de locatie van het bewustzijn dat alle andere filosofen het erover eens zijn dat er zonder bepaalde gebieden in het brein geen bewustzijn mogelijk is. In filosofenjargon, bepaalde hersengebieden vormen een noodzakelijke voorwaarde voor bewustzijn. Alleen de vraag is: Zijn die gebieden voldoende voor het bewustzijn? Met andere woorden, heeft mijn brein in het vat genoeg aan de door de computer aangeboden activiteit, of is er meer nodig om de tuinervaring te herscheppen? Welke argumenten geven filosofendie deze vraag met “Nee!” beantwoorden? Filosofen die zeggen: "Nee, een brein aangesloten op een computer kan niet voldoende zijn voor het simuleren van de originele bewustzijnservaring."
Neem als voorbeeld de pijn van een wespensteek in mijn vinger. Waar voel ik die pijn? Als mijn vrouw zou vragen: “Waar heb je pijn?” Dan antwoord ik: “In mijn vinger,” en eerlijk gezegd, daar voel ik die pijn ook. Ik voel de pijn niet in mijn hoofd, om vervolgens te beredeneren dat die pijn in mijn vinger moet zitten. Hetzelfde geldt voor andere gewaarwordingen. Fel licht voel ik in mijn ogen. Hard geluid voel ik in mijn oor. Te scherp eten proef ik in mijn mond. Geen van deze gewaarwordingen voelt alsof ze plaatsvinden in de bij het proces betrokken hersengebieden. Zou het zo kunnen zijn dat mijn hersenen om fel licht te kunnen waarnemen aangesloten moeten zijn op mijn ogen? Omdat er anders geen bewuste ervaring van fel licht kan zijn? Omdat de activiteit van de hersenen geprojecteerd moet kunnen worden op echte ogen?
Onderhuids Cartesianen nemen dit standpunt in. Zij menen dat bewustzijnsprocessen niet slechts de hersenen omvatten, maar alles wat via zenuwbanen met de hersenen verbonden is. Voor pijn in mijn vinger geldt dat ik het pas als pijn in mijn vinger kan ervaren als het pijnproces in de hersenen geprojecteerd wordt op mijn echte vinger. Als dat niet kan, zoals bij een brein in het vat, dan voelt het wel als pijn maar anders, meer ongedifferentieerd. Om die reden wordt pijn heftiger als u een wond ziet. Om die reden is buikpijn of hoofdpijn zo lastig te duiden en te lokaliseren. En om die reden is de ‘mirror box’ voor Ramachandran zo’n belangrijk instrument bij de bestrijding van fantoompijn. Zonder mogelijkheid tot projectie, is er een ander bewustzijn van pijn.


Onderhuids Cartesianisme:
De bij het bewustzijn betrokken processen bevinden zich in de hersenen en in alle via neuronaal weefsel met de hersenen verbonden gebieden van het lichaam.

Volgens Onderhuids Cartesianen kan het brein in het vat geen projecties terug maken naar de gebieden waar de signalen (pijn, geluid, licht, smaak, reuk) vandaan komen, en om die reden is het bewustzijn anders. Het is wel een vorm van bewustzijn, maar het is niet meer de tuinervaring. De zon die ik op mijn huid van mijn arm voelde, kan ik slechts dáár voelen als er een arm is.

8 opmerkingen:

Martin de Boer zei

Interessant verhaal. Zet je aan het denken. Ik ben erg benieuwd naar het vervolg...

Martin de Boer zei

Ronald, ik heb er nog eens over zitten nadenken. Ik vind het verschil tussen beide niet zo sterk. Wanneer de computer, of beter gezegd: de software, die de signalen van en naar de hersenen simuleert, zo goed als waarheidsgetrouw werkt, zal de ervaring ook waarheidsgetrouw zijn. Het Cartesiaans internalisme is dan ook een zienswijze geworden, waarmee de tuinervaring mogelijk wordt.

Je hebt pijn, die wordt door de hersenen geregistreerd. De hersenen reageren door het virtuele hoofd en de virtuele ogen te draaien, wat door de software wordt bemerkt, die daarop reageert door naar de zenuwen die de "beelden" registreren een beeld van een wond zenden die in overeenstemming is met de "pijn". Dan wordt de pijn heftiger omdat men een wond "ziet".

Valt of staat het verschil tussen cartesiaans en onderhuids niet met de kwaliteit van de software?

Ronald Hünneman zei

Beste Martin,

Ik heb in het blog niet erg mijn best gedaan om de zaak voor onderhuids internalisten te bepleiten. Ik heb vooral willen uitleggen wat hun positie is. Cartesiaans internalisten veronderstellen dat een gedeelte van de hersenen verantwoordelijk voor het bewustzijn is. In dat gedeelte zijn neuronen met elkaar verbonden en kan neuronale activiteit zich verspreiden. Die activiteit levert bewustzijn op. Je kunt je voorstellen dat als een stuk van dit ‘bewustzijnsgedeelte’ van de hersenen kapot gaat het bewustzijn verandert, of helemaal verdwijnt. Dit aspect wordt ook door onderhuids internalisten beaamt. Echter, zij zeggen dat er meer neuronaal weefsel direct bij bewustzijn betrokken is. Bewustzijn zit niet slechts in je hoofd, maar op een bepaalde manier in je hele lichaam. Als je bijvoorbeeld, een wespensteek in je vinger voelt, of je spieren aan het eind van een marathon voelt verkrampen, dan zit de pijn zit ook daadwerkelijk in je vinger of je benen (dus daar waar je de pijn bewust voelt!), niet alleen in je hoofd. Verwijder de zenuwbanen die naar je vingers en je benen gaan, en dat onderdeel van het bewustzijn gaat verloren. Net zoals wanneer je een stuk van het bewustzijnsgedeelte van je hersenen kapot gaat!
Jij vooronderstelt in je reactie Cartesiaans internalisme. Wat je schrijft klopt vanuit dat perspectief. Goede software levert voor Cartesiaans internalisten een van ‘echte’ ervaringen ononderscheidbaar bewustzijn op. Voor onderhuids internalisten is dit zeer de vraag. Kan software de bewustzijnsfunctie van zenuwen in je vingers en benen vervangen? Waarschijnlijk niet, er is een ander type schakeling tussen mens en machine noodzakelijk dan een software matige. Een meer cyborgachtige koppeling, bijvoorbeeld. (Maar of dit zo is hangt mede af van een andere filosofische discussie, de discussie rond functionalisme.)

Groet,
Ronald.

Anoniem zei

Ik vind het erg verwarrend allemaal en sinds ik gisteren naar The Matrix heb zitten kijken is het er niet duidelijker op geworden. Groet, Geert Schreuder

Jan Willem zei

Mensen,

Uitgaande van Cartesiaans internalisme kan het brein in een vat de tuinervaring hebben, als het gekoppelde programma maar goed genoeg werkt, dat lijkt me duidelijk als gedachtenexperiment.

Nu de onderhuids internalistische positie: betrekt die niet alleen onze hele hersenfunctie maar daarbij ook alle zintuigelijke en motorische functie erbij? In dat geval stelt Martin voor om die zintuigelijke en motorische functies door de computer te laten simuleren, zodat ook dan de tuinervaring weer mogelijk is. De volgende stap is dan om de hersenfunctie mee te programmeren (harde Artificial Intelligence). Enfin, Ronald heeft nog een troef in handen die ons deze mogelijkheid gaat afnemen(?).
Als je in de Matrix bent dan wordt je je bewust van jou 'toegediende' ervaringen. Lijkt me gebaseerd op Cartesiaans internalisme. Onderhuids kan het alleen werken als Martin's simulatie werkt.
Ik ben benieuwd naar het functionalisme!

Ronald Hünneman zei

Laten we er eens vanuit gaan dat functionalisten gelijk hebben. Dat wil zeggen, laten we er eens vanuit dat wat we bewustzijn of geest noemen ook te realiseren is in niet biologisch weefsel. We zouden bijvoorbeeld gedeelten van de hersenen kunnen vervangen door computerchips met dezelfde functionaliteit als neuronen zonder dat bewustzijn en geest daarmee teloor zouden gaan. (De nog moeilijkere discussie of geest en bewustzijn uitsluitend in software te realiseren zijn laat ik hier achterwege.)
Onder de aanname van het functionalisme zeggen onderhuids internalisten het volgende: Om menselijk bewustzijn te creëren in een robot is het net zo belangrijk om een functionele equivalent van de hersenen te bouwen als een functionele equivalent van de vingers en de ogen. Processen die het bewustzijn bewerkstelligen liggen verspreid over het brein en verspreid over de rest van het lichaam. Wat in de ogen gebeurt, en wat in de vingers gebeurt is belangrijk, niet slechts de signalen die vingers en ogen doorsturen naar de hersenen. Een softwareprogramma dat de signalen simuleert (tot in perfectie) die ogen en vingers doorgeven aan hersenen of computerchips veronachtzaamt noodzakelijkerwijs te veel van wat er in ogen en vingers gebeurt.
De kwestie die hier ter discussie staat is de vraag naar de locatie van bewustzijn, niet naar de fysische realisatie. Ogen, oren, neus, mond en vingers vormen een onderdeel van het gebied dat bij bewustzijn is betrokken. Althans, volgens onderhuids internalisten.
Keer het voor de duidelijkheid om. Stel we maken een softwareprogramma dat aan de vingers en de ogen de signalen doorgeeft die normaliter vanuit de hersenen komen. Hebben we dan bewustzijn? Nee, want de helft ontbreekt, namelijk goed functionerende hersenen, of een functioneel equivalent op basis van siliconen. Precies hetzelfde geldt voor goed functionerende hersenen zonder ogen en vingers of een robotachtige functionele equivalent daarvan.

Anoniem zei

Geert S weer.
"Kan software de bewustzijnsfunctie van zenuwen in je vingers en benen vervangen?"
Of ik begrijp iets niet ( nog steeds best mogelijk) of ik vraag me af waarom je deze vraag stelt. De hele constructie van je levende hersenen in een zoutvat is toch redelijk utopisch? Waarom zou het dan niet mogelijk/denkbaar zijn om de software zodanig te maken dat ook deze bewustzijnsfuncties 'levensecht' worden ervaren?
Ik kan het tot nu toe niet anders bedenken dan dat het hele denkexperiment afhangt van de kwaliteit en de uitgebreidheid van het gebruikte computerprogramma.?

Jan Willem zei

Ronald zegt expliciet dat hij het onderhuids internalisme niet heeft verdedigd. Ik neem aan dat dit is omdat hij problemen ziet met die positie. Dan zou over blijven Cartesiaans internalisme of geen van beiden.
De introductie van het functionalisme zou het onderscheid tussen Cartesiaans en onderhuids internalisme overbodig maken, want dan zouden we (in gedachten) een 'bewuste' robot kunnen bouwen inclusief hersenen en zintuigen. Toch lijkt me dat we met zo'n gedachtenexperiment te veel vooruit lopen op neurologisch onderzoek naar de plaats(en) waar ons bewustzijn wordt gegenereerd. Voorlopig dan maar agnostisch blijven in deze discussie?