Posts tonen met het label Dawkins. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dawkins. Alle posts tonen

vrijdag 6 januari 2012

Blij met een dood vogeltje

De grote boosdoener, de grote filosofische boosdoener is informatie. Informatie is voor de meeste hedendaagse denkers wat res cogitans was voor René Descartes: een manier om over de menselijke geest te kunnen spreken zonder de hindernissen van natuurwetenschappelijke strengheid. Nergens is de kracht van informatie sterker dan in neurologisch - of neuropsychologisch onderzoek en de daaraan gelieerde philosophy of mind. Informatie is daar een kritiekloos geaccepteerde goochelterm, een deus ex machina om gedachtenspinsels met hersenweefsel te verbinden. Zelden laat een beschrijving in termen van informatie of informatieverwerking meer over de menselijke geest of hersenen zien dan het onvermogen om een verschijnsel wetenschappelijk te benaderen. Tijd dus, om deze uitwassen van informatie weg te snoeien.

Dit korte essay is verschenen in Qualia, het blad dat wordt uitgegeven door STUFF, de studievereniging van de Faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen.

zondag 25 april 2010

Over de zinloosheid van memen

(en hoe ze toch een rol kunnen spelen als replicatoren)
door: Ronald Hünneman


In 1976 introduceerde Richard Dawkins het begrip meme in zijn boek De Zelfzuchtige Genen. Een meme is de culturele tegenhanger van wat een gen is in de biologie. Memen zijn eenheden van culturele overdracht, net zoals genen eenheden zijn van biologische overdracht: beide vormen van overdracht kunnen een vorm van evolutie teweeg brengen.
De verwachtingen rond dit nieuwe concept waren hooggespannen. Vele boeken, essays, wetenschappelijke artikelen, tijdschriften, internet forums, symposia en documentaires waren gewijd aan memetica, de wetenschap van memen. Echter, de aandacht voor memen verdween net zo snel als dat ze was opgekomen. In dit essay (mijn masterthese) onderzoek ik waarom memen nooit een harde wetenschappelijke status verkregen, ondanks de grote hoeveelheid energie die aan memetica is besteed. Vandaag de dag zijn er geen echte meme-onderzoekers meer, zeker niet binnen het veld waarin memen werden geïntroduceerd, wetenschappelijke evolutiebiologie.
Dawkins wilde een replicator introduceren die kon concurreren met genen. Volgens zijn eigen criteria moet het dan mogelijk zijn om vast te stellen of het ene meme een kopie is van het andere meme. Echter, vrij snel na hun introductie werden memen voornamelijk opgevat als geestelijke eenheden. Als gevolg hiervan werd het onmogelijk om een eenduidige beschrijving van memen te geven, en werd het dus ook onmogelijk om een eenduidige notie van een kopie van een meme te geven. Bovendien, als memen worden gedefinieerd in termen van ideeën, gedachten en dergelijke, dan wordt Quine’s these van de onbepaaldheid van vertaling van toepassing: twee wetenschappers kunnen allebei een adequate verklaring geven van een cultureel verschijnsel, terwijl hun beschrijvingen van de betrokken memen onverzoenbaar uit elkaar lopen. In dat geval zou een memetische analyse gebaseerd zijn op een vertaalhandleiding en zou dus goed beschouwd geen onderdeel zijn van een natuurwetenschap zoals evolutiebiologie.
Waarschijnlijk werd de definitie van een meme in geestelijke termen geïnspireerd door de fascinatie met software en computervirussen uit de jaren 1980. Memen werden vergeleken met softwaremodules. Zonder deze preoccupatie zouden Dawkins en anderen wellicht hebben gekozen voor een meer Quineaanse definitie van memen in termen van gedrag en/of artefacten:
meme Een (onderdeel van) artefact of gedrag dat kan worden overgedragen middels niet-genetische weg, in het bijzonder imitatie.

Als Dawkins tevreden was geweest met een definitie zoals deze, dan zou hij een analysemethode hebben kunnen toepassen die hij herhaaldelijk gebruikt in The Extended Phenotype (1982). Hij zou memen hebben kunnen beschrijven als (gedeelten van) parasieten die wedijveren met genen en hun overlevingsmachines, organismen. Waarschijnlijk zou dit de enige weg zijn geweest waarlangs memen een wetenschappelijke ontologische status zouden hebben kunnen krijgen. Want, zolang memen niet in staat zijn om genen te beïnvloeden of misbruiken, kunnen ze terzijde worden geschoven als niets meer dan gedachtespinsels, met ten hoogste een literaire status.



The Selfish Gene

The Extended Phenotype

dinsdag 3 februari 2009

Redeloos religieus atheïsme

“Rede en religie” is de titel van het boek dat VWO-scholieren als verplichte eindexamenstof krijgen voorgeschoteld. In een poging om volledig te zijn en niemand op de tenen te trappen heeft Michiel Leezenberg een nietszeggende inventarisatie geschreven waarvan de samenvatting kort kan zijn: “Veel filosofen hebben direct of indirect iets belangwekkends gezegd over religie. Tegen elk van die opvattingen is wel iets in te brengen. Jij mag dus zelf bepalen hoe je tegenover religie staat.” Het boek doet nergens een poging de lezer tot nadenken te dwingen. Geen enkele scholier zal na het lezen van dit boek geïnspireerd een doorwrocht betoog schrijven, en voor degenen die de schoolbanken al hebben verlaten zal na lezing hetzelfde gelden. Leezenberg slaat iedere poging tot serieus filosoferen dood.
Daarom wil ik alle eindexamenkandidaten filosofie oproepen tot (1) een massale klaagzang over dit boek en (2) het produceren van een pamflet van een halve tot drie A4-tjes met een radicaal of origineel standpunt ten aanzien van religie. Op basis van deze pamfletten stellen we een alternatieve bundel samen: “Redeloze religie.” Die bundel verspreiden we via internet en biedt lezers de mogelijkheid zich te ergeren, zich te vermaken, tegengas te geven en zelf filosofische denkbeelden te ontwikkelen. Het web wordt geteisterd door sites waarop gelovigen en atheïsten eeuwenoude argumenten herkauwen. Het is de hoogste tijd dat jonge denkers laten zien dat met betrekking tot rede en religie standpunten mogelijk zijn die niemand voor mogelijk had gehouden.

Religie en atheïsme
zijn de mobieltjes van voorbije tijden
Het is nogal onzinnig om een uiterst genuanceerd standpunt in te nemen ten aanzien van religie. Hetzelfde geldt overigens voor een uiterst genuanceerd standpunt ten aanzien van atheïsme. Als gelovigen zeggen dat er een god bestaat of dat mensen die in een god geloven gerespecteerd moeten worden, dan spreken ze onzin. Als atheïsten zeggen dat geloof in een god irrationeel is, of onredelijk, of berustend op tegenspraken, of niet-verifieerbaar dan verdoen ze hun tijd. Liever dan de “God Dellusion” had ik een boek van Richard Dawkins gelezen waarin hij de nieuwste inzichten van evolutiebiologen beschrijft. Of gebeurt er op dat gebied niets interessants meer, en is overbodig gezeur over het ongelijk van gelovigen een vlucht van Dawkins?
Terwijl Dawkins zelf het mooiste analyse-instrument voor religie en atheïsme heeft geleverd. Hij heeft immers het begrip ‘meme’ geïntroduceerd, en het idee van ‘the extended phenotype’. Combineer die twee tot ‘the extended memetype’ en je bezit het instrument dat je nodig hebt om religie en atheïsme te analyseren. Religie en atheïsme zijn memen die zich aan het mensenbreinen hebben gehecht. Ze dringen door in het mensenbrein, leggen daar eieren, en veranderen het gedrag van mensen zodanig dat de eieren gemakkelijk hun weg vinden naar nieuwe mensenbreinen.
Mobieltjes doen eigenlijk precies hetzelfde. Ze dringen zich op aan mensen, ze verkleven met het brein van mensen en ze veranderen het gedrag van mensen zodanig dat ook andere mensen een mobieltje aanschaffen. Of het nu gaat om religieus of atheïstisch gedachtegoed, of om een object zoals het mobieltje, het verspreidings- en overlevingsmechanisme is hetzelfde, zorg ervoor dat mensenbreinen de indruk hebben dat je noodzakelijk bent. Dan zullen ze je koesteren en anderen vertellen dat je noodzakelijk bent.
Maar de overeenkomst tussen mobieltjes en religie gaat veel verder. Mobieltjes hebben de belangrijkste functies van religie en atheïsme overgenomen. De volgende vijf punten lijken mij evident:
1. Religie en atheïsme brengen sociale netwerken tot stand. (Kijk eens op Hyves als je hieraan twijfelt.) Mobieltjes ook.
2. Religie en atheïsme schenken hun bezitters een bijzondere status. (Kijk eens naar de EO of naar de wijze waarop atheïsten hun rationaliteit aanprijzen.) Mobieltjes ook.
3. Religie en atheïsme ondermijnen de bestaande orde. (Denk aan de status van de eerste christenen en de eerste atheïsten.) Mobieltjes ook.
4. Religie en atheïsme sluizen geld van de ene klasse naar een andere klasse. (Denk aan de exorbitante rijkdom van kerk en de exorbitante bedragen die naar wetenschap gaan.) Mobieltjes ook.
5. Religie en atheïsme verketteren de niet-gebruikers. Mobieltjes ook. (Ketters en irrationele gelovigen zijn de tegenhangers van de losers zonder mobieltje.)
De slimste manier om religie of atheïsme te verspreiden is dan ook door de aanhangers te belonen met een mobieltje. “Gratis mobieltje met daarop de complete Bijbel, Koran of Thora.” Of, “Gratis mobieltje met daarop de voorgeïnstalleerde video’s waarin Dawkins de vloer aanveegt met creationisten.”

zondag 30 maart 2008

Na Fitna

U heeft Fitna niet gemaakt, maar wellicht heeft u er wel naar gekeken. U heeft in ieder geval enkele scènes gezien in de nieuwsuitzendingen, actualiteitenrubrieken, of bij Pauw en Witteman. Fitna schreeuwt om uw mening, het liefst een gefundeerde, doordachte mening. De hele donderdagavond verdrongen politici, denkers, religieusleiders en opiniemakers elkaar voor de camera. Premier Balkenende gaf een persconferentie waarin hij de regering afstand liet nemen van de film.
Bij het vormen van een oordeel over de film van Geert Wilders zult u de neiging om uw theorie over Geert Wilders in de film te lezen moeten onderdrukken. Dat zegt ten minste het principe van welwillendheid (zie dit blog op 26 maart 2008). Het is veel te makkelijk om een negatief oordeel over Wilders om te zetten in een negatief oordeel over Fitna. Welwillendheid vraagt om een omgekeerde analyse. Laten we de film zo positief mogelijk interpreteren, en die interpretatie bepalend maken voor ons oordeel over Wilders.
Stelt u zich daarom eens het volgende voor. U bevindt zich in een televisieshow waar u wordt aangekondigd als de maker van Fitna. Het publiek klapt enthousiast als u opkomt, en terwijl de interviewer u vraagt te gaan zitten, bedenkt u zich dat u blij bent dat u de film een paar keer goed bekeken en doordacht heeft, zodat u niet al te onnozel over zult komen. U moet twee dingen redden, Fitna én uw eigen gematigde, en natuurlijk van iedere xenofobie ontdane, geseculariseerde denkbeelden.

“Waarom Fitna?” is de openingsvraag.
“Laat ik beginnen met me te verontschuldigen voor de artistieke kwaliteit voor de film. Het korrelige wazige, op sommige punten amateuristisch gesneden beeld is alles wat mijn budget toeliet. En ja, het is ook dom dat de afbeelding van Mohammed B. niet Mohammed B. was. Erg dom.”
“Goed, maar waarom Fitna?”
“Ik wilde een film maken over explosief gedachtegoed. Daarom heb ik de spotprent van Kurt Westergaard als omlijsting gekozen. De prent zelf, de wijze waarop de prent is verspreid, en de reacties die dat losmaakte illustreren mijn stelling dat het gedachtegoed van de islam explosief is. Letterlijk, zoals in New York, London en Madrid, maar ook, en daardoor, politiek. Onze zwaarbevochten geseculariseerde verworvenheden, zoals homo- en vrouwenrechten, abortus, euthanasie, het recht op godslastering en scheiding tussen kerk en staat mogen onder geen enkel beding in gevaar komen.”
“Maar dat kun je toch ook gewoon opschrijven, zoals Sam Harris doet in Letter to a Christian Nation en The End of Faith. Waarom zo’n film, een film met gruwelijke beelden?”
“Zoals u heeft gezien is mijn film een aaneenrijging van citaten. Tijdens het maken grapte ik wel eens dat als René Diekstra deze film zou hebben gemaakt, hij beschuldigd zou worden van plagiaat. Ik heb de terreurdaden gepleegd in naam van de islam en de meest wraakzuchtige verzen uit de Koran achter elkaar geplakt, naast foto’s en beelden van de voltrekking van doodvonnissen tegen homo’s en overspelige vrouwen. Natuurlijk kun je daar abstract over schrijven, maar het daadwerkelijk aanschouwen maakt het moreel onontkoombaar. Mensen zijn bang dat deze landen ons gaan boycotten naar aanleiding van mijn film. Mijn vraag is, waarom boycotten wij deze landen niet allang? Zoals we indertijd, geheel terecht, ook met Zuid-Afrika deden, waar op grond van de Bijbel de inferioriteit van zwarten werd gepredikt. Kennelijk zijn onze economische belangen groter dan de belangen van onze homo’s en vrouwen. Liever een sterke euro dan sterke mensenrechten.”
“Het beeld van het meisje dat moest zeggen dat Joden zwijnen en apen zijn, dat was toch een beetje tendentieus?”
“Dat was een verwijzing naar wat Richard Dawkins virussen van de geest noemt. Als je die op jonge leeftijd in een ziel plant, weet je niet wat voor gruweldaden daar later uit zullen groeien. Leerregels over joden en bloederige rituelen zijn virussen van de geest.”
“Het slechtst vond ik het gedeelte Nederland in de toekomst?! Bent u echt bang dat Nederland ooit zal kreunen onder de sharia?”
“Als het aantal moslims in Nederland zo groot wordt dat ze een politieke macht kunnen vormen, dan vind ik dat bedreigend. Want let op, wij zijn geen volkomen geseculariseerd land! Kerk en staat zijn nauwelijks gescheiden van elkaar. Onderschat in ons huidige kabinet de invloed van de religieuze krachten niet. Daardoor staat vooruitgang in de wetgeving rond euthanasie stil, en moeten mensen onwaardig sterven. Daardoor staat ook het denken over samenlevingsvormen anders dan het traditionele gezin stil, terwijl bijna de helft van alle huwlijken strandt. Daardoor loopt dit kabinet aan de leiband van de Verenigde Staten, omdat daar een leider zit die een religieuze taal spreekt. Ons politieke systeem is niet opgewassen tegen religieuze krachten, zeker niet als die een democratische stem krijgen.”
“Het knip- en plakwerk van de krantenkoppen?”
“Om te laten zien dat ik een stem vertegenwoordig. Misschien een overdreven bange stem, maar wel de stem van een deel van onze samenleving. Natuurlijk had ik ook alle gevallen kunnen laten zien waarin moslims, christenen, joden en atheïsten vreedzaam samenleven. En in verreweg de meeste gevallen is dat ook zo. Maar ik onderschrijf wat Sam Harris zegt: ‘The very ideal of religious tolerance is one of the principle forces driving us toward the abyss. We have been slow to recognize the degree to which religious faith perpetuates man’s inhumanity to man.’ Je kunt op dit moment niet voorzichtig waarschuwen tegen een religie die bepalend is voor de sociale, economische en politieke verhoudingen in de wereld.”
“Het verscheuren van de Koran op het eind van de film? Was dat geen provocatie?”
“Ik heb lang nagedacht over die scène. Heeft u goed gekeken naar wat er gebeurde? Je hoorde het scheuren van papier. Dat was, zo zegt de film ook, een telefoonboek. Daarna vraag ik aan moslims of zij de verzen uit de Koran willen scheuren die oproepen tot de vertoonde vormen van geweld. Dus niet de Koran verscheuren, maar de extreme verzen eruit scheuren. Die oproep zou ik willen doen aan de verspreiders van alle heilige boeken. Scheur de verzen eruit die oproepen tot geweld tegen andersdenkenden, tegen homo’s of tegen vrouwen. En tegen het geseculariseerde deel van de mensheid zou ik willen zeggen: Stel u niet tolerant op tegenover gedachtegoed dat uw vrijheden bedreigt. Tolerantie past binnen een samenleving waar vreedzame religies en atheïsten naast elkaar leven, maar niet binnen een samenleving waar de tolerantie zelf door religieus fanatisme wordt bedreigd.”
“En het ontploffen van het hoofd van Mohammed?”
“Dat ontploft niet. Het gedachtegoed is explosief. Ik wil geen moord op mijn geweten hebben. Per se niet. Mijn gedachtegoed is niet explosief.”

Fitna is mijn film niet, daarvoor is mijn rust mij te lief. Het is de film van Geert Wilders. En ik weet niet of Wilders Fitna op mijn manier zou verdedigen. Het is echter een goed democratisch gebruik om het gebod van naastenliefde om te zetten in het interpretatiegebod van welwillendheid. Dat zou in ieder geval de relatie tussen Wilders, de mensen die op Wilders stemmen, en de rest van de Nederland minder explosief maken. Want ook die polarisering werkt niet ten gunste van onze samenleving.
Ik verwerp de dichotome keuze voor of tegen Wilders, omdat ik in ieder geval met hem de hoop deel dat Nederland een Tuin kan zijn waar een ieder onbevreesd en ongestoord met gedachtegoed mag spelen, in boeken, in spotprenten, in muziek, in gedichten en in slechte films zoals Fitna.

Fitna is overal op het internet te vinden.
Het citaat van Sam Harris komt uit The End of Faith: Religion, Terror, and the Furure of Reason, uit 2004.