Posts tonen met het label racisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label racisme. Alle posts tonen

zondag 8 maart 2009

Het begint met taal

Stel u krijgt van Geert Wilders de opdracht een nieuwe reclamecampagne op te zetten waaruit blijkt dat integratie voor veel buitenlanders een onmogelijke en lachwekkende opgave is. En dat het voor hen dan ook altijd lastig zal blijven een gelijkwaardige plek in de maatschappij te veroveren. En vooral dat dit aan henzelf ligt, en niet aan de immer welwillende Nederlanders. Als dat uw opdracht is, dan zijn de volgende spotjes ideaal (de cursieve tekst is een buitenlandse taal):

Komt een allochtone vrouw bij de dokter:
“Maar slaapt u wel genoeg mevrouw Demenchang?”
“Nee, geen slaap dokter, bachem ehh, hoofd-pijn!”
“Ja, u heeft hoofdpijn, dat weet ik maar ik zoek de oorzaak…”
“Oor-zaak, pune… Ahh, komt hoofdpijn door mijn oor?!”

Komt een allochtone man voor werk bij het ziekenhuis:
“Dus u wilt weer in het ziekenhuis werken meneer Youssuf, als broeder?”
“Ikke één broeder en twee zoes, maarre enne breed ik wil werken in ziekenhaus…”
“Ja, dat weet ik. Maar als broeder of als dokter?”
“Nes gigun, mijn broeder geen dokter, mijn broeder is kok. Die werke, ik wil ook werk.”

Komt een allochtone moeder op oudergesprek:
“Ja, mevrouw Yildiz, de leraar wiskunde die maakt zich zorgen om Ahmed.”
“Oh menerre wij zelf zorg voor Ahmed, niet wiskundeleraar.”
“Natuurlijk, maar wat ik wil zeggen, Ahmed, doet het hartstikke goed, maar hij kan alleen met wiskunde niet goed meekomen.”
“Mettilya, waar naartoe meekomen??? Schoolreis!”

Grappig toch?! Ze leren het ook nooit die buitenlanders. Op de schoolpleinen zullen jongeren de spotjes nadoen, en op kantoren wordt vrolijk, na Goede Moggel, doorgeparodieerd op deze Babylonische spraakverwarring. De campagne zal het beeld versterken van een onoverbrugbare kloof tussen Nederlanders en nieuwkomers. Dat zal op termijn onvermijdelijk zetels opleveren voor de PVV.
Wilders zal u deze opdracht echter nooit geven. Dat hoeft hij namelijk niet, want de spotjes maken onderdeel uit van een campagne van onze overheid, het ministerie van VROM.

“Geachte mevrouw of meneer,
Ik wil ernstig bezwaar aantekenen tegen de spotjes die op radio en televisie worden uitgezonden in het kader van de campagne Het begint met taal. De dialogen in de spotjes zijn denigrerend voor allochtonen, en doen geen recht aan de verwoede pogingen van honderdduizenden nieuwkomers om zich het Nederlands eigen te maken. De spotjes bekrachtigen het vooroordeel van domme buitenlanders, en dragen zo onbedoeld bij aan het beeld van een onoverbrugbare kloof tussen allochtoon en autochtoon.
Eenzelfde campagne had kunnen worden gevoerd aan de hand van spotjes waarin het hakkelende Frans, Spaans of Italiaans van Nederlandse toeristen niet wordt begrepen door een onwelwillende ober of dokter. Ook dan begint het met taal, maar wordt tevens duidelijk dat communicatie twee kanten heeft.

Vriendelijke groet,
Ronald Hünneman.”

Het materiaal van de campagne Het begint met taal vindt u hier.
De bovenstaande radiospotjes vindt u hier.
U kunt hier protest aantekenen tegen de wijze waarop deze campagne wordt gevoerd.

zaterdag 22 maart 2008

Het gevaar van 'atheïsme'

Intellectual honesty is now, and will always be, deeper and more durable, and more easily spread, than “atheism.”

Sam Harris

(zie:

http://newsweek.washingtonpost.com/onfaith/sam_harris/2007/10/the_problem_with_atheism.html)

Harris heeft gelijk. Net zoals er geen reden is om a-racist of a-seksist te zijn, zo is er ook geen reden om a-theïst te zijn. Niemand die strijdt tegen racisme zal zich een “a-racist” noemen, en evenzo zal iemand die zich teweer stelt tegen seksisme zich nooit aanduiden met de term “a-seksist.” Racisme en seksisme zijn irrationele, onredelijke, ongewenste houdingen die niet passen binnen een democratische maatschappij waarin iedereen een stem mag hebben. Het verzet tegen racisme komt niet voort uit het idee dat we kunnen bewijzen dat alle rassen gelijkwaardig zijn. Dat kunnen we namelijk niet. En we kunnen ook niet bewijzen dat vrouwen en mannen gelijkwaardig zijn. Het enige dat we kunnen zeggen is dat we een samenleving wensen waarin mensen niet op grond van hun ras of geslacht worden buitengesloten.

Stel dat we ons wel het stempel ‘a-racist’ laten opdrukken, en dat vervolgens van ons gevraagd wordt met onomstotelijke bewijzen te komen dat blanken en zwarten gelijkwaardig zijn. Hoe zouden we dat moeten doen? Middels fysiologische kenmerken? Maar zijn niet juist de fysiologische kenmerken de bron van racisme en beweren wij juist niet dat die kenmerken er zeker zijn, maar gebagatelliseerd kunnen worden? Via statistieken dan? Maar wat voor statistieken? Hardloopuitslagen? IQ-tests? Het aantal schaakgrootmeesters? Percentages van de wereldbevolking? Al deze cijfers zouden grote verschillen te zien geven, en derhalve zou geen enkel getal ook maar enig inzicht geven in de vraag of blank en zwart gelijkwaardig zijn. Het punt is dat de gelijkwaardigheid van seksen en rassen geen empirisch aantoonbare relatie tussen groepen mensen is, maar een wens. Een wens om te leven in een maatschappij waarbij mensen niets kan worden ontzegd op grond van sekse of ras.

Door onszelf ‘a-racist’ laten noemen, of ‘a-seksist’ zadelen we ons op met een bewijslast die we helemaal niet willen hebben. We betwijfelen slechts dat er goede gronden zijn om op voorhand mannen en blanken exclusief toegang te verlenen tot onderdelen van onze maatschappij. Maar we willen zeker niet bewijzen dat vrouwen en kleurlingen als groep gelijk zijn aan de groep blanke mannen. Sterker nog, we vinden dat in een democratie individuen en hun verdiensten centraal horen te staan, en niet de groepen waartoe individuen behoren.

Daarom is ook de term ‘atheïst’ gevaarlijk. Door die term te gebruiken, lijkt het alsof we iets willen bewijzen, alsof we iets willen verdedigen. En doordat we die term lijdzaam op ons laten plakken kunnen theïsten van ons eisen dat we met bewijzen komen waaruit blijkt dat er geen goden bestaan, of dat er een universele rede is, of dat religies overal en altijd dood en verderf hebben gezaaid, of dat er helemaal geen mensen zijn die kracht putten uit hun geloof, of dat er niets tussen hemel en aarde kan zijn wat niet door wetenschap verklaard kan worden. Maar wie zou dat willen bewijzen?

Natuurlijk kunnen we niet bewijzen dat er geen goden zijn, en geen elfen, en geen orcs, en geen kobolden. Natuurlijk is er geen universele vorm van rationaliteit of redelijkheid, net zoals er geen universele vorm van religie is. Natuurlijk hebben missionarissen en zendelingen veel heil en zegen gebracht in Papoea-Nieuw-Guinea, heel veel. Natuurlijk is het soms beter te knielen op een bed violen dan overgeleverd te zijn aan de wetenschap dat dit lichaam en deze geest over zestig jaar onherroepelijk uiteen zullen zijn gevallen. En natuurlijk zijn er heel veel zaken waarover wetenschappers niets durven zeggen, en met argusogen toekijken hoe anderen dat wel doen. Geen enkele weldenkende atheïst (of is dat een pleonasme?) zal het tegendeel beweren.

Atheïsten betwijfelen slechts of een beroep op een god tegenover medemensen die niet in die god geloven ooit iets verklaart of rechtvaardigt. Atheïsme is geen stelling die verdedigd dient te worden, maar slechts een wens. De wens om te leven in een maatschappij waar mensen hun god nooit zoveel hoger stellen dan dit aardse leven dat zij in zijn naam bereid zijn slachtoffers onder hun medemensen voor lief nemen. Verder niets.