Posts tonen met het label Harris. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Harris. Alle posts tonen

zondag 30 maart 2008

Na Fitna

U heeft Fitna niet gemaakt, maar wellicht heeft u er wel naar gekeken. U heeft in ieder geval enkele scènes gezien in de nieuwsuitzendingen, actualiteitenrubrieken, of bij Pauw en Witteman. Fitna schreeuwt om uw mening, het liefst een gefundeerde, doordachte mening. De hele donderdagavond verdrongen politici, denkers, religieusleiders en opiniemakers elkaar voor de camera. Premier Balkenende gaf een persconferentie waarin hij de regering afstand liet nemen van de film.
Bij het vormen van een oordeel over de film van Geert Wilders zult u de neiging om uw theorie over Geert Wilders in de film te lezen moeten onderdrukken. Dat zegt ten minste het principe van welwillendheid (zie dit blog op 26 maart 2008). Het is veel te makkelijk om een negatief oordeel over Wilders om te zetten in een negatief oordeel over Fitna. Welwillendheid vraagt om een omgekeerde analyse. Laten we de film zo positief mogelijk interpreteren, en die interpretatie bepalend maken voor ons oordeel over Wilders.
Stelt u zich daarom eens het volgende voor. U bevindt zich in een televisieshow waar u wordt aangekondigd als de maker van Fitna. Het publiek klapt enthousiast als u opkomt, en terwijl de interviewer u vraagt te gaan zitten, bedenkt u zich dat u blij bent dat u de film een paar keer goed bekeken en doordacht heeft, zodat u niet al te onnozel over zult komen. U moet twee dingen redden, Fitna én uw eigen gematigde, en natuurlijk van iedere xenofobie ontdane, geseculariseerde denkbeelden.

“Waarom Fitna?” is de openingsvraag.
“Laat ik beginnen met me te verontschuldigen voor de artistieke kwaliteit voor de film. Het korrelige wazige, op sommige punten amateuristisch gesneden beeld is alles wat mijn budget toeliet. En ja, het is ook dom dat de afbeelding van Mohammed B. niet Mohammed B. was. Erg dom.”
“Goed, maar waarom Fitna?”
“Ik wilde een film maken over explosief gedachtegoed. Daarom heb ik de spotprent van Kurt Westergaard als omlijsting gekozen. De prent zelf, de wijze waarop de prent is verspreid, en de reacties die dat losmaakte illustreren mijn stelling dat het gedachtegoed van de islam explosief is. Letterlijk, zoals in New York, London en Madrid, maar ook, en daardoor, politiek. Onze zwaarbevochten geseculariseerde verworvenheden, zoals homo- en vrouwenrechten, abortus, euthanasie, het recht op godslastering en scheiding tussen kerk en staat mogen onder geen enkel beding in gevaar komen.”
“Maar dat kun je toch ook gewoon opschrijven, zoals Sam Harris doet in Letter to a Christian Nation en The End of Faith. Waarom zo’n film, een film met gruwelijke beelden?”
“Zoals u heeft gezien is mijn film een aaneenrijging van citaten. Tijdens het maken grapte ik wel eens dat als René Diekstra deze film zou hebben gemaakt, hij beschuldigd zou worden van plagiaat. Ik heb de terreurdaden gepleegd in naam van de islam en de meest wraakzuchtige verzen uit de Koran achter elkaar geplakt, naast foto’s en beelden van de voltrekking van doodvonnissen tegen homo’s en overspelige vrouwen. Natuurlijk kun je daar abstract over schrijven, maar het daadwerkelijk aanschouwen maakt het moreel onontkoombaar. Mensen zijn bang dat deze landen ons gaan boycotten naar aanleiding van mijn film. Mijn vraag is, waarom boycotten wij deze landen niet allang? Zoals we indertijd, geheel terecht, ook met Zuid-Afrika deden, waar op grond van de Bijbel de inferioriteit van zwarten werd gepredikt. Kennelijk zijn onze economische belangen groter dan de belangen van onze homo’s en vrouwen. Liever een sterke euro dan sterke mensenrechten.”
“Het beeld van het meisje dat moest zeggen dat Joden zwijnen en apen zijn, dat was toch een beetje tendentieus?”
“Dat was een verwijzing naar wat Richard Dawkins virussen van de geest noemt. Als je die op jonge leeftijd in een ziel plant, weet je niet wat voor gruweldaden daar later uit zullen groeien. Leerregels over joden en bloederige rituelen zijn virussen van de geest.”
“Het slechtst vond ik het gedeelte Nederland in de toekomst?! Bent u echt bang dat Nederland ooit zal kreunen onder de sharia?”
“Als het aantal moslims in Nederland zo groot wordt dat ze een politieke macht kunnen vormen, dan vind ik dat bedreigend. Want let op, wij zijn geen volkomen geseculariseerd land! Kerk en staat zijn nauwelijks gescheiden van elkaar. Onderschat in ons huidige kabinet de invloed van de religieuze krachten niet. Daardoor staat vooruitgang in de wetgeving rond euthanasie stil, en moeten mensen onwaardig sterven. Daardoor staat ook het denken over samenlevingsvormen anders dan het traditionele gezin stil, terwijl bijna de helft van alle huwlijken strandt. Daardoor loopt dit kabinet aan de leiband van de Verenigde Staten, omdat daar een leider zit die een religieuze taal spreekt. Ons politieke systeem is niet opgewassen tegen religieuze krachten, zeker niet als die een democratische stem krijgen.”
“Het knip- en plakwerk van de krantenkoppen?”
“Om te laten zien dat ik een stem vertegenwoordig. Misschien een overdreven bange stem, maar wel de stem van een deel van onze samenleving. Natuurlijk had ik ook alle gevallen kunnen laten zien waarin moslims, christenen, joden en atheïsten vreedzaam samenleven. En in verreweg de meeste gevallen is dat ook zo. Maar ik onderschrijf wat Sam Harris zegt: ‘The very ideal of religious tolerance is one of the principle forces driving us toward the abyss. We have been slow to recognize the degree to which religious faith perpetuates man’s inhumanity to man.’ Je kunt op dit moment niet voorzichtig waarschuwen tegen een religie die bepalend is voor de sociale, economische en politieke verhoudingen in de wereld.”
“Het verscheuren van de Koran op het eind van de film? Was dat geen provocatie?”
“Ik heb lang nagedacht over die scène. Heeft u goed gekeken naar wat er gebeurde? Je hoorde het scheuren van papier. Dat was, zo zegt de film ook, een telefoonboek. Daarna vraag ik aan moslims of zij de verzen uit de Koran willen scheuren die oproepen tot de vertoonde vormen van geweld. Dus niet de Koran verscheuren, maar de extreme verzen eruit scheuren. Die oproep zou ik willen doen aan de verspreiders van alle heilige boeken. Scheur de verzen eruit die oproepen tot geweld tegen andersdenkenden, tegen homo’s of tegen vrouwen. En tegen het geseculariseerde deel van de mensheid zou ik willen zeggen: Stel u niet tolerant op tegenover gedachtegoed dat uw vrijheden bedreigt. Tolerantie past binnen een samenleving waar vreedzame religies en atheïsten naast elkaar leven, maar niet binnen een samenleving waar de tolerantie zelf door religieus fanatisme wordt bedreigd.”
“En het ontploffen van het hoofd van Mohammed?”
“Dat ontploft niet. Het gedachtegoed is explosief. Ik wil geen moord op mijn geweten hebben. Per se niet. Mijn gedachtegoed is niet explosief.”

Fitna is mijn film niet, daarvoor is mijn rust mij te lief. Het is de film van Geert Wilders. En ik weet niet of Wilders Fitna op mijn manier zou verdedigen. Het is echter een goed democratisch gebruik om het gebod van naastenliefde om te zetten in het interpretatiegebod van welwillendheid. Dat zou in ieder geval de relatie tussen Wilders, de mensen die op Wilders stemmen, en de rest van de Nederland minder explosief maken. Want ook die polarisering werkt niet ten gunste van onze samenleving.
Ik verwerp de dichotome keuze voor of tegen Wilders, omdat ik in ieder geval met hem de hoop deel dat Nederland een Tuin kan zijn waar een ieder onbevreesd en ongestoord met gedachtegoed mag spelen, in boeken, in spotprenten, in muziek, in gedichten en in slechte films zoals Fitna.

Fitna is overal op het internet te vinden.
Het citaat van Sam Harris komt uit The End of Faith: Religion, Terror, and the Furure of Reason, uit 2004.

zaterdag 22 maart 2008

Het gevaar van 'atheïsme'

Intellectual honesty is now, and will always be, deeper and more durable, and more easily spread, than “atheism.”

Sam Harris

(zie:

http://newsweek.washingtonpost.com/onfaith/sam_harris/2007/10/the_problem_with_atheism.html)

Harris heeft gelijk. Net zoals er geen reden is om a-racist of a-seksist te zijn, zo is er ook geen reden om a-theïst te zijn. Niemand die strijdt tegen racisme zal zich een “a-racist” noemen, en evenzo zal iemand die zich teweer stelt tegen seksisme zich nooit aanduiden met de term “a-seksist.” Racisme en seksisme zijn irrationele, onredelijke, ongewenste houdingen die niet passen binnen een democratische maatschappij waarin iedereen een stem mag hebben. Het verzet tegen racisme komt niet voort uit het idee dat we kunnen bewijzen dat alle rassen gelijkwaardig zijn. Dat kunnen we namelijk niet. En we kunnen ook niet bewijzen dat vrouwen en mannen gelijkwaardig zijn. Het enige dat we kunnen zeggen is dat we een samenleving wensen waarin mensen niet op grond van hun ras of geslacht worden buitengesloten.

Stel dat we ons wel het stempel ‘a-racist’ laten opdrukken, en dat vervolgens van ons gevraagd wordt met onomstotelijke bewijzen te komen dat blanken en zwarten gelijkwaardig zijn. Hoe zouden we dat moeten doen? Middels fysiologische kenmerken? Maar zijn niet juist de fysiologische kenmerken de bron van racisme en beweren wij juist niet dat die kenmerken er zeker zijn, maar gebagatelliseerd kunnen worden? Via statistieken dan? Maar wat voor statistieken? Hardloopuitslagen? IQ-tests? Het aantal schaakgrootmeesters? Percentages van de wereldbevolking? Al deze cijfers zouden grote verschillen te zien geven, en derhalve zou geen enkel getal ook maar enig inzicht geven in de vraag of blank en zwart gelijkwaardig zijn. Het punt is dat de gelijkwaardigheid van seksen en rassen geen empirisch aantoonbare relatie tussen groepen mensen is, maar een wens. Een wens om te leven in een maatschappij waarbij mensen niets kan worden ontzegd op grond van sekse of ras.

Door onszelf ‘a-racist’ laten noemen, of ‘a-seksist’ zadelen we ons op met een bewijslast die we helemaal niet willen hebben. We betwijfelen slechts dat er goede gronden zijn om op voorhand mannen en blanken exclusief toegang te verlenen tot onderdelen van onze maatschappij. Maar we willen zeker niet bewijzen dat vrouwen en kleurlingen als groep gelijk zijn aan de groep blanke mannen. Sterker nog, we vinden dat in een democratie individuen en hun verdiensten centraal horen te staan, en niet de groepen waartoe individuen behoren.

Daarom is ook de term ‘atheïst’ gevaarlijk. Door die term te gebruiken, lijkt het alsof we iets willen bewijzen, alsof we iets willen verdedigen. En doordat we die term lijdzaam op ons laten plakken kunnen theïsten van ons eisen dat we met bewijzen komen waaruit blijkt dat er geen goden bestaan, of dat er een universele rede is, of dat religies overal en altijd dood en verderf hebben gezaaid, of dat er helemaal geen mensen zijn die kracht putten uit hun geloof, of dat er niets tussen hemel en aarde kan zijn wat niet door wetenschap verklaard kan worden. Maar wie zou dat willen bewijzen?

Natuurlijk kunnen we niet bewijzen dat er geen goden zijn, en geen elfen, en geen orcs, en geen kobolden. Natuurlijk is er geen universele vorm van rationaliteit of redelijkheid, net zoals er geen universele vorm van religie is. Natuurlijk hebben missionarissen en zendelingen veel heil en zegen gebracht in Papoea-Nieuw-Guinea, heel veel. Natuurlijk is het soms beter te knielen op een bed violen dan overgeleverd te zijn aan de wetenschap dat dit lichaam en deze geest over zestig jaar onherroepelijk uiteen zullen zijn gevallen. En natuurlijk zijn er heel veel zaken waarover wetenschappers niets durven zeggen, en met argusogen toekijken hoe anderen dat wel doen. Geen enkele weldenkende atheïst (of is dat een pleonasme?) zal het tegendeel beweren.

Atheïsten betwijfelen slechts of een beroep op een god tegenover medemensen die niet in die god geloven ooit iets verklaart of rechtvaardigt. Atheïsme is geen stelling die verdedigd dient te worden, maar slechts een wens. De wens om te leven in een maatschappij waar mensen hun god nooit zoveel hoger stellen dan dit aardse leven dat zij in zijn naam bereid zijn slachtoffers onder hun medemensen voor lief nemen. Verder niets.