Posts tonen met het label cyborg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cyborg. Alle posts tonen

zaterdag 10 oktober 2009

Nomofobie (2)

Nomofobie is de angst je mobiele telefoon niet bij je te hebben. Dit klinkt voor velen waarschijnlijk als een grappige, maar toch vooral puberale angst van voornamelijk tienermeisjes die de hele dag willen kletsen en smessen met hun vriendinnen. Maar nomofobie is geen puberale angst. Het is strikt genomen zelfs geen fobie; het is wel een angst, maar geen stoornis. Nomofobie is vergelijkbaar met de angst om blind te worden, of om reuk, smaak of gevoel te verliezen. En aangezien ieder gezond mens in paniek zou raken bij het vooruitzicht een zintuig te verliezen, kunnen we de definitie van nomofobie ook omkeren: Mensen zonder nomofobie zijn (nog) niet in staat gebleken het gebruik van de mobiele telefoon onder de knie te krijgen.
Net zoals blinden niet bang zullen zijn voor het donker (achluofobie), zo zullen mensen voor wie de mobiele telefoon niet meer is dan een draagbare versie van de ouderwetse huistelefoon, geen last hebben van nomofobie. Dit is overigens geen waardeoordeel. Het is niet verkeerd om geen last te hebben van nomofobie. En de reden dat we mensen zonder nomofobie niet veroordelen is dezelfde als waarom we blinden niet veroordelen voor de afwezigheid van achluofobie. Mensen die hun mobiele telefoon nooit missen, ontberen een manier om de wereld te ervaren. Ze verdienen medelijden.
De denkfout die vaak wordt gemaakt is dat een mobiele telefoon slechts gemakkelijk is, slechts een werktuig dat het leven comfortabeler maakt. En natuurlijk lijkt het mobieltje in eerste instantie niets wezenlijks toe te voegen aan onze wereld. Maar niets is minder waar. Mobieltjes kunnen een nieuw zintuig vormen. Ze kunnen de wijze waarop wij de wereld ervaren veranderen.
En dan vooral de sociale wereld. Voor wie geen mobieltje bezit is sociale nabijheid gebonden aan lichamelijke nabijheid. Deze mensen zullen zeggen dat iemand ‘in het echt’ spreken altijd fijner is dan iemand over de telefoon spreken. Ze zullen ook volhouden dat een ansichtkaart ontvangen, ‘meer zegt’ dan een smesje ontvangen. We moeten medelijden hebben met deze mensen. De vergelijking met een blinde kan wederom verhelderend zijn. Om iemands uiterlijk te beoordelen zal een blinde de persoon moeten voelen. De afstand die er bij een ziende niet toe doet, of zelfs noodzakelijk is om het uiterlijk te beoordelen, is bij een blinde een onoverbrugbare kloof. Blinden en nomobies (mensen die het mobieltje slechts als gereedschap zien) ontberen een toegang tot de wereld.
Techniek verandert niet alleen de wereld, techniek verandert soms ook de ervaring die wij van de wereld hebben. Een goed voorbeeld hiervan vormt TVSS, tactile visual sensory substitution. Bij blinden wordt het beeld van een videocamera via een prikkelplaatje overgebracht op de tong.



Het meest belangwekkende van TVSS is dat blinden erdoor visuele (!) ervaringen krijgen. Het gevoel van een tong die geprikkeld wordt verdwijnt, en maakt plaats voor een visuele ervaring! Uiteraard lukt dit pas na oefening en gewenning, maar het resultaat is verbluffend. De wereld wordt ervaren via een nieuwe perceptuele modaliteit. Dit is geen proces waarbij tactiele informatie door een blinde wordt doorgeredeneerd naar visuele informatie, maar een proces dat het gevoel waarmee iemand in de wereld staat verrijkt.
Een mobieltje kan een vergelijkbare functie vervullen. Mensen die de wereld via hun mobieltje ervaren, ervaren de sociale wereld op een wijze die voor nomobies is uitgesloten. Dat komt ondermeer doordat de mobiele telefoon strikt persoonlijk is, en altijd voorhanden, net zoals onze andere zintuigen. Zo brengt dit extra orgaan anderen dichterbij, en verrijkt de ervaring van onze sociale wereld. De filosoof Alva Noë schrijft:

Technologie vergroot ons bereik, en vergroot op die manier de mate waarin zaken voor ons aanwezig kunnen zijn. Mijn moeder die duizenden kilometers ver weg zit is aanwezig, want ze is slechts één telefoontje van mij verwijderd.[…]
Alva Noë, Out of Our Heads, pp. 83-84.

Vijf zintuigen is een toevallige gift van de evolutie. Innovatieve technieken zullen ons arsenaal aan zintuigen uitbreiden, op een onvoorspelbare wijze en in onvoorspelbare richtingen. Eens zullen we verzuchten: “Zonder mobieltje ben ik geen mens meer, of in ieder geval minder mens dan met mobieltje.”

zaterdag 17 mei 2008

Oscar Pistorius tart essentialisten














Sport is filosofie in actie. De Zuid-Afrikaanse atleet Oscar Pistorius neemt in zijn optredens een briljant nominalistische positie in. De vraag naar de essentie van een hardloper wordt door Pistorius terzijde geschoven voor de vraag wie er als eerste over de finish komt. Hij heeft aangekondigd zich te willen plaatsen voor de Olympische Spelen, en maakt een goede kans op een plek in het Zuid-Afrikaanse team voor de 4 x 400 meter. Pistorius is een cyborg, een mengvorm van mens en techniek. Zijn onderbenen werden geamputeerd toen hij elf maanden oud was. Hij loopt hard op Cheetahs, twee prothesen van koolstofvezel die aan zijn onderbenen zijn bevestigd. En hij loopt hard, harder dan u of ik ooit de 400 meter zullen lopen, harder dan veel atleten ooit de 400 meter zullen lopen. (Dit jaar heeft slechts één Nederlandse atleet sneller, 0.4 seconde, gelopen dan het persoonlijk record van Pistorius.)
Maar mag hij meedoen aan de Olympische Spelen?
De Internationale Atletiek Federatie (IAAF) heeft deze cyborg laten onderzoeken, en gevonden dat Pistorius in het voordeel is ten opzichte van lopers met ouderwetse, biologische benen. De Cheetahs voeren energie beter terug naar de bovenbenen en Pistorius verbruikt minder zuurstof en stort daardoor na 250 meter niet in zoals andere lopers. (Let in onderstaande video eens op zijn achterstand na 250 meter!) Daarnaast zijn ordinaire biologische onderbenen erg blessure gevoelig. Voeten, schenen, enkels en achillespezen, ze geven er bij iedere serieuze wedstrijdloper ten minste een keer per twee jaar de brui aan. Dus Pistorius kan ook nog eens constanter trainen. Op grond van deze bevindingen sloot de IAAF Pistorius uit van deelname aan wedstrijden, althans van deelname aan wedstrijden voor wezens met biologische benen.
Gisteren heeft het internationale hof voor sportarbitrage (CAS) die beslissing teruggedraaid, en bepaald dat Pistorius toch aan alle wedstrijden mee mag doen: “Op basis van het bewijs aangedragen door de experts van de IAAF en Pistorius kon het CAS er niet van worden overtuigd dat er voldoende aanwijzingen waren voor een metabolisch voordeel ten faveure van een geamputeerd mens met twee Cheetahs. Het IAAF heeft voor de commissie van het CAS niet kunnen aantonen dat biomechanische effecten Oscar Pistorius een voordeel opleveren ten opzichte van atleten zonder Cheetahs.”
Dit vonnis slaat uiteraard nergens op. Natuurlijk heeft Pistorius een voordeel. Biologische benen zijn onhandige krengen die veel energie vragen en voortdurend stuk gaan. Cyborgs zijn altijd in het voordeel, weten we sinds Blade Runner. Het cybervraagstuk Pistorius gaat niet over de vraag of een Zuid-Afrikaanse atleet door kunstbenen een voordeel zou krijgen. Nee, het gaat over de vraag wat een hardloper is. Voetzoolprothesen, zoals spikes, leveren ook een behoorlijk voordeel op, toch doet de IAAF daar niet moeilijk over. Mag een pees in een knie of onderbeen worden vervangen door een varkenspees? Mag een kleiduivenschutter een bril dragen? Mag een loper zijn tempo afstemmen op een hartslagmeter? Mag Mizuno platen in schoenen stoppen die de energie van de landing terugleveren tijdens de afzet? Op al deze vragen is het antwoord: “Ja, dat mag van de IAAF.”
Pistorius beroep bij het CAS heeft niets met mogelijke voordelen te maken, maar alles met de vraag hoever atleten mogen gaan. Je lijf kapot maken met doping om een beslissend voordeel te behalen is toegestaan zolang het niet onomstotelijk aantoonbaar is. Je benen laten amputeren om op Cheetahs te kunnen lopen, ligt wat lastiger. De prestaties van Pistorius laten het besef doordringen dat mensen natural born cyborgs zijn, dat we de mensen worden die we zijn door een monsterverbond aan te gaan met techniek. Er is voor ons geen natuurlijke essentie. Er is geen menselijke natuur buiten de drang om je lijf en geest vorm te geven met behulp van technologie.
Natuurlijk mag Pistorius meedoen aan de Olympische Spelen. Slechts romantici dromen van Spelen waarop Yvonne van Gennip op een boterham met pindakaas drie Oost-Duitse meiden verslaat die stijf staan van testosteron. Slecht hopeloos in de tijd verdwaalde geesten, zoals Guus Hoogmoed, durven te verklaren: “Ik vind niet dat Pistorius mee mag doen. Sport is keihard. Als ik mijn knie blesseer, of mijn achillespees scheur, is het ook voorbij. Dat is jammer, maar het is niet anders.” Nee, Guus, als jij je knie blesseert op een pees scheurt is het voor jou wellicht voorbij, maar niet voor een cyborg die geen angst heeft voor techniek. Jij hebt diezelfde keuze. Je kunt met kapotte knieën meedoen met de Spelen voor Gehandicapten of, zoals Pistorius, Cheetahs laten aanmeten en een gooi doen naar het wereldrecord.
Wat een normaal menselijk lichaam is wordt niet uitsluitend door de natuur bepaald, maar ook door handelingen en artefacten van mensen. Wat normaal menselijk is, is een biologisch én een technologisch vraagstuk. Pistorius is een normaal mens, met normale benen en mag zich van het CAS normaal voor de Olympische Spelen proberen te kwalificeren. Alle cyborgs hopen dat hij daarin slaagt, dus ik ook.