Posts tonen met het label nieuwe media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuwe media. Alle posts tonen

vrijdag 2 november 2012

Peek en Poke in Perspectief


Doodstil is het, in de bioscoop, tijdens het lezen van een boek of tijdens de uitvoering van klassieke muziek. We kijken naar het scherm, laten onze ogen in alle rust over de regels glijden, of sluiten onze ogen om de stiltes tussen het geluid nog beter te kunnen horen. In het Tate Modern op een bank, recht tegenover Weeds (1996) van Yayoi Kusama, worden we omringt door een oase van stilte, waarin gedetailleerde patronen en subtiele groennuances aan ons verschijnen. Dit is geen werk om al pratend langs te lopen.

Yayoi Kusama, Weeds, 1996
Afbeelding: www.worldmalls.com

De meest hedendaagse vormen van kunstbeleving zijn gebaseerd op een verstilde vorm van waarnemen, en in die zin sensomotorisch zeer specifiek. Als verdoofd zitten of staan we stil en om naar een kunstwerk te kijken, een boek te lezen, of te luisteren naar muziek. Onderzoek van Miguel Nicolelis laat echter zien dat dansen, het spelen van luchtgitaar, of dirigentmimesis, wel degelijk een verschil kan maken voor wat iemand hoort. Beweging, ritmische beweging op basis van muziek bijvoorbeeld, breng ons in een andere neurale toestand, brengt andere receptieve velden en een andere hersenorganisatie met zich mee zodat een kunstwerk op een andere wijze aan ons verschijnt. Sensomotorische patronen zijn bepalend voor kunstbeleving, terwijl tegelijkertijd dominante cultuuruitingen zijn gebaseerd op verstilling. Verstilde kunstbeleving is een uiterste van een enactivistisch spectrum waarin van de bewegingen van het lichaam in relatie tot een omgeving in variërende mate gebruik wordt gemaakt.

Klik hier voor het essay Peek en Poke in Perspectief, dat verscheen in Filosofie & Praktijk, oktober 2012, jaargang 33, nr. 3

maandag 4 juli 2011

Het digitale ontij

In 2010 hield de journalistiek op te bestaan. Niet iedereen had dit onmiddellijk in de gaten. Kranten bleven nog jarenlang verschijnen, televisiejournalisten bleven journaals verzorgen alsof er niets aan de hand was, en in Groningen trachtten Henk Blanken en Kees de Vey Mestdagh in een lezing voor het Studium Generale het tij alsnog te keren. Maar, het wereldwijde digitale tij van snelheid en beeld was allang over de dijken geslagen, en had het door journalisten ingepolderde land verzwolgen.
Blanken, adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, en De Vey, hoofd afdeling Recht en ICT van de Rijksuniversiteit Groningen, reageerden in hun lezing op de commotie die was ontstaan door onthullingen van de website WikiLeaks. Op WikiLeaks.com werden honderdduizenden top-secret e-mails geplaatst van diplomaten. Uiteraard waren deze documenten niet vrijwillig ter beschikking gesteld, maar via een klokkenluider in handen gekomen van WikiLeaks. De wereld smulde van de documenten. Eindelijk kon met eigen ogen worden gelezen wat diplomaten schreven over de landen waarin en de mensen met wie ze verkeerden. Maar Blanken en De Vey waren niet onder de indruk.
Blanken betoogde uitvoerig dat journalisten meer doen dan documenten onthullen. Journalisten, of zoals Blanken zei “echte journalisten”, doen aan waarheidsvinding. Blanken herhaalde deze boodschap zo vaak dat het voor iedere toehoorder duidelijk werd dat het hier niet ging om een filosofische analyse, maar om het langzamerhand verstommende evangelie van een analoge journalist. Want, noch bij WikiLeaks, noch bij Twitter, noch bij Youtube was waarheidsvinding zinvol. Niemand betwijfelde namelijk de echtheid van op WikiLeaks onthulde documenten. Natuurlijk waren ze echt. Niemand vroeg zich ooit af of de tienduizenden tweets ten tijde van de onrust in de Arabische wereld echt van opstandelingen afkomstig waren. Natuurlijk waren ze dat. Niemand dacht bij het zien van schokkende onthoofdingen of gewelddadige politieoptredens, dat het in scène gezette, goed geregisseerde filmopnamen betrof. De snelheid waarmee beelden op Youtube beschikbaar kwamen, de ongekende hoeveelheid twitterende bronnen, en de onwerkelijke omvang van het diplomatiek materiaal maakten de waarheidsvraag overbodig.
In de 18e en 19e eeuw hadden journalisten het primaat op Waarheid van de kerk overgenomen. Na duizenden jaren Waarheid van de Schrift, volgenden honderden jaren Waarheid van de Drukpers. Pausen werden vervangen door Magnaten, het Edict van Nantes door de Code van Bordeaux. Maar ook Journalistieke Waarheid bleef problematisch. Vaak waren er slechts één of twee bronnen, en nog vaker slechts één journalist om die bronnen te openbaren. Wat zou er zijn gebeurd als de honderdduizenden documenten niet in handen waren gevallen van Julian Assange (de grote man achter WikiLeaks), maar in handen van het Dagblad van het Noorden? Hadden we dan maanden moeten wachten totdat Henk Blanken er een leuk overzichtsartikeltje aan wijdde?
Kees de Vey Mestdagh speelde tijdens zijn lezing de andere troef van het Analoge Evangelie. “WikiLeaks brengt niets nieuws,” zo verzuchtte hij talloze malen, “De foto’s en video’s die WikiLeaks openbaarde bevestigden slechts wat we al wisten.” Wat bedoelde De Vey hiermee? We weten dat Osama bin Laden dood is, dus de foto’s maken niets meer uit? Ik weet dat mijn vrouw het doet met de buurman, dus wat voegen videobeelden dan nog toe? Wat voegen foto’s en videobeelden überhaupt toe aan een reeds bekende boodschap?
Het antwoord: Waarheid. In ons digitale tijdperk bestaat waarheid bij de gratie van beelden, het liefst zoveel mogelijk en zo snel mogelijk. Een gelekte video vanuit een aanvalshelikopter, bewakingscamera’s die Yolante vangen of foto’s van het kapotte hoofd van Osama voegen waarheid toe aan de lettertjes van analoge journalisten. De pen is machtiger dan het zwaard, de drukpers kent meer gewicht dan de pen, maar waarheid bestaat slechts in het digitale licht.Dat besef deed aan het begin van de 21ste eeuw eventjes pijn.

zaterdag 6 maart 2010

De kunst van het chatten


Soms is het boek beter dan de film. Volgens sommigen is het boek zelfs altijd beter dan de film. Althans, als het een verfilming van een boek betreft. In het omgekeerde geval, een boek naar aanleiding van een film, valt het boek vaker tegen.
Is het erg dat sommigen het boek beter vinden dan de film? Volgens mij niet. Ik zou geen argumenten kunnen verzinnen op grond waarvan een film altijd boven het boek verkozen moet worden. Een goed voorbeeld, maar er zijn honderden andere voorbeelden, vind ik The Golden Compass van Philip Pullman. Het boek is prachtig. Ik beveel het groot en klein aan. De spanning in het boek is zowel expliciet als impliciet. Op de achtergrond spelen raadselen van natuurkundige, filosofische en theologische aard. De raadselen sijpelen door in de gebeurtenissen en de levens van de personages uit het boek. Pullman is een intelligent schrijver, en zijn boek opent een venster op de duistere rol van de kerk, parallelle universums en erfzonde. Schitterend.

De film viel ontzettend tegen. Toegegeven, de beelden waren mooi, mooier dan ik ze me bij het lezen van het boek had voorgesteld. Maar alhoewel ik al tijdens het lezen van het boek een hoofdrol zag weggelegd voor Nicole Kidman, en dus ook blij verrast was toen zij in de cast verscheen, kon de film wat mij betreft toch in geen enkel opzicht tippen aan de schoonheid van het barokke netwerk van thema’s en de onderhuidse spanningen van het boek.

Natuurlijk hoeft de film niet alle aspecten van het boek te weerspiegelen. Een film is een andere kunstvorm dan een boek. Er zijn prachtige films, er zijn prachtige boeken, en er zijn zelfs prachtige verfilmingen van boeken. Het staat iedereen vrij boeken te verkiezen boven films, of omgekeerd. Maar het snijdt geen hout om films een hogere status toe te kennen dan boeken, omdat ze echte beelden bevatten of omdat de acteurs niet slechts de tekst opzeggen, maar ook intonatie en lichaamstaal laten zien. Noch is het zinvol om boeken a priori hoger aan te slaan dan films, omdat ze ruimte laten voor de verbeelding of beter aansluiten bij genuanceerde gevoelens. Films en boeken bestaan vreedzaam naast elkaar, en in de beste geesten vullen ze elkaar aan.
Afgelopen dinsdag sprak ik in Philos, het filosofisch café van Groningen. Na afloop van de lezing kwam een vraag, of eerder een opmerking, die ik vaker krijg als blijkt dat ik een liefhebber ben van nieuwe media en techniek: “Vindt u niet dat in chat veel verloren gaat? Lichaamstaal bijvoorbeeld. Maar ook gezichtsuitdrukkingen, geuren, en nog veel meer. Die zijn toch allemaal afwezig in chat?! Dus is chat een verarming van de communicatie…”
Mijn antwoord luidt dan dat chat iets anders is dan een gesprek waarin twee mensen lijfelijk tegenover elkaar zitten. Naar analogie van de verhouding tussen boeken en films, is een chat soms zelfs te prefereren boven een lijfelijk gesprek. De vragenstellers zijn echter zo overtuigd van de armoede van chat, dat een dergelijk antwoord weinig indruk op ze zal maken. Ze zijn als filmdevoten die vinden dat een boek slechts tweedimensionaal is, en echte menselijke aspecten achterwege laat.

Het probleem is dat chatsceptici chats langs de meetlat van gesprekken leggen. Scherper geformuleerd, ze vragen zich af of chats alle aspecten van gesprekken weerspiegelen. Maar een chat is geen verzwakte versie van een gesprek. Een chat is een andere communicatievorm dan een gesprek. Tijdens een chat gebeuren andere dingen dan tijdens een gesprek. Daarom moeten mensen ook leren chatten. Zo vraagt het gebruik van emoticons behoorlijk wat oefening. Ook het ritme van een chat, de lengte van zinnen en de afwisseling van sprekers, is anders dan in een gesprek. Humor en ironie vragen in een chat om andere uitdrukkingswijzen. Kortom, de vaardigheden die men nodig heeft in een gesprek, zijn niet afdoende om te kunnen chatten. Chat is minder dan een gesprek (uiterlijk doet er niet toe, en de ander zal niet ruiken of je gewassen bent), maar chat is ook meer dan een gesprek. Om dezelfde redenen als waarom film geen verarming is van literatuur, verarmt chat de communicatie niet. Chat verrijkt de kunst van het communiceren.
Flexibele geesten genieten van boeken en films, en beheersen vele vormen van communicatie. Want het kan echt: verliefd worden op een persoon waarmee je chat, om vervolgens te ontdekken dat er in werkelijkheid geen normaal gesprek mee te voeren is.


Het gouden kompas