dinsdag 9 juni 2009

Yan en Jolanthe

Het was zo’n mooi koppel, Yan en Jolanthe. Yan uit Volendam en Jolanthe ergens anders vandaan. Jong, verliefd en samenwonend. We hebben er twee-en-een-half jaar van kunnen genieten in foto’s en filmpjes op net en web. Maar vorige week kwam er plotseling een eind aan het sprookje. Yan & Jolanthe was niet meer. Nou, plotseling is wat te veel gezegd. Yan had zijn oog al een tijdje op een ander laten vallen, en Jolanthe flirte onzachtzinnig met Wesley Sneijder. Dit nieuws domineerde de media meer dan de crisis, de Mexicaanse griep of de berechting van Joyanda. Gaan we nog steeds naar de haaien? Claimt een virus de wereldmacht? Mogen we eindelijk weer eens een ouderwetse heksenverbranding aanschouwen? Geen idee. Maar Balkende heeft het 06-nummer van Yan en Wouter Bos kent de scoringsdrift van Wesley Sneijder. Zoveel is zeker.
Filosoof Rob Wijnberg wijdde zijn column in NRC Next aan deze gekte. Als dit het is wat onder het volk leeft, dan is Wijnberg naar eigen zeggen straks de eerste die zijn paspoort inlevert en op zoek gaat naar een ander volk. “RTL, SBS, de Volkskrant, het NOS Journaal: allemaal doken ze op het nieuws als vliegen op een koeienvlaai.” Allemaal vanuit hun journalistieke missie om feiten te verzamelen over recente gebeurtenissen van algemeen belang. Ja, zo verzucht Wijnberg, kennelijk is geneuzel over Yan en Jolanthe wat het volk wil.
En kennelijk wil Wijnberg laten zien dat hij daar niet bij hoort. Nee, Rob hoort bij de meta-roddelaars. “Heb je al gehoord waar de kranten en leden van het kabinet het over hadden? Yan en Jolanthe! Belachelijk, hè?!” Ons soort mensen verlustigt zich niet aan het lief en leed van TV-sterretjes. Ons soort mensen kijkt niet om naar stuntelende Toppers en andere Boulevard types. Intellectueel Nederland leest en denkt na over zaken van Europees-, wetenschappelijk- en wereldbelang. Sterrenstelsels in plaats van sterrenstelletjes. Wij filosofen weten wat het gepeupel wil, en dat is precies wat wij niet willen.

Bezie de kudde die aan je voorbijgraast: zij weet niet wat gisteren, wat vandaag is, ze dartelt rond, vreet, rust verteert, dartelt verder, en zo van de ochtend tot de avond, dag aan dag, in haar lust en onlust kort aangelijnd aan de pin van het ogenblik…*

Hoe kan iemand nu trots zijn op dit Nederland, het grootste weiland ter wereld, met zo ongeveer de hoogste kuddedichtheid? Laten we onze paspoorten inleveren en op zoek gaan naar een andere kudde. Of, nog beter, laten we aan gene zijde van iedere kudde blijven. Want het is om gek van te worden. De kudde die Wijnberg beziet mag nog stemmen ook. Wat heeft meer invloed op de verhoudingen in de Tweede Kamer na de volgende verkiezingen, de woorden van Yan en Albert Verlinde of een filosofische essay in een kwaliteitskrant?
De analyse van Wijnberg is te verveeld en te gemakkelijk, zoals de analyse van de roddelpers al sinds de jaren 1980 te gemakkelijk is. De vraag is niet hoe snel de elite haar paspoort moet inleveren, de vraag is waarom miljoenen mensen, waaronder heel veel slimme, intelligente en briljante intellectuelen, beroerd worden door Yan en Jolanthe. Nederland is een geweldig denkland, met overal bibliotheken, lezingen, cursussen, discussiegroepen, filosofie- en wetenschapscafés en symposia. Voor wie wil is in een stad als Groningen elke dag wel ergens intellectuele diepgang te halen. Een mediahype rond een gebroken liefdesrelatie brengt hier geen verandering in. Of misschien is een mediahype rond Yan en Jolanthe juist de ultieme motor achter ons Nederlandse denkklimaat.
Niet iedereen wil zich verdiepen in politiek, kunst en wetenschap. Dat is geen morele uitspraak, maar een feit. De een wil zich op een andere manier bij Nederland betrokken voelen dan de ander. De een windt zich op over Yan en Jolanthe, de ander over Jan Peter en de Dalai Lama. Zoals Darwin ons heeft geleerd, heeft dat te maken met de onvermijdelijk ongelijke verdeling van intellect, interesses en aandrang tot diepgang. En die verrukkelijke spreiding van intellectuele hoogwerkers tot kneuterige grazers is voor ons soort mensen nu juist de reden om het Nederlandse paspoort te koesteren.

* De openingszin van Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven, van Friedrich Nietzsche

Column van Rob Wijnberg uit NRC Next


Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven / druk 3

zondag 29 maart 2009

Externalisme voor beginners

Hieronder de eerste aflevering van een aantal pogingen waarin ik het filosofisch externalisme probeer uit te leggen. In dit artikel zijn alle namen aan te klikken en ook zoveel mogelijk de vaktermen. Woorden als 'bewustzijn', 'intentionaliteit' en 'geest' gebruik ik door elkaar.

Er is een heel eenvoudige argumentatie te geven voor externalisme:
(1)
Daniel Dennett heeft gelijk. De hersenen zijn een informatie verwerkend systeem. Dat wil zeggen, de hersenen zijn het equivalent van een Turingmachine, een lang papieren lint met nullen en enen dat onder een schrijf-, wis- en herschrijfkop doorschuift volgens uiterst eenvoudige machine-instructies. De hersenen voeren evenzo slechts berekeningen uit. Ieder neuron doet niet meer dan een eenvoudige optelling maken van inkomende signalen en een signaal afgeven als een drempelwaarde wordt overschreden. Voor alle duidelijkheid, in de hersenen gebeurt dit massaal en parallel, maar dit maakt geen principieel verschil. Het blijft rekenen. (Bewustzijn is volgens Dennett een gevolg van deze rekenkundige hersenactiviteit.)
(2)
John Searle heeft gelijk. Een systeem dat niet meer is dan het equivalent van een Turingmachine kan nooit bewustzijn, intentionaliteit, qualia, en dergelijke voortbrengen. Dit volgt rechtstreeks uit het Chinese kamer gedachte-experiment van Searle. De persoon in de Chinese kamer geeft begrijpelijke antwoorden, zonder zelf iets van het Chinees te begrijpen. Computers voeren ingewikkelde berekeningen uit, maar daaruit kan nooit bewustzijn of intentionaliteit ontstaan.
Op het eerste gezicht lijken (1) en (2) met elkaar in tegenspraak te zijn. Searle en Dennett kunnen niet allebei gelijk hebben.
Dennett heeft hieruit de conclusie getrokken dat Searle de kracht van een massale parallelle Turingmachine onderschat. Mits het computerprogramma of de reeks instructies doorwrocht en uitgebreid genoeg is, zal een Turingmachine intentionaliteit (‘geestelijkheid’) verkrijgen. Searle heeft volgens Dennett vooral een gebrek aan voorstellingsvermogen.
Searle, daarentegen, trok uit de vermeende tegenspraak de conclusie dat er in de hersenen meer aan de hand moet zijn dan slechts informatieverwerking. Het blijft echter onduidelijk waarin dit surplus gelegen kan zijn. Searle bracht speciale biologische eigenschappen, quantummechanica en ontologische subjectiviteit naar voren als mogelijke lapmiddelen. Dennett was volgens hem een dogmatisch fysicalist.
Maar (1) en (2) lijken slechts met elkaar in tegenspraak te zijn. Stel nu eens dat de hersenen inderdaad niet meer zijn dan een complexe rekenmachine, en stel nu ook eens dat een complexe rekenmachine nooit genoeg is voor bewustzijn, dan volgt daaruit dat de hersenen niet voldoende zijn voor bewustzijn. Met andere woorden, voor bewustzijn zijn hersenen noodzakelijk, maar niet voldoende. Dat idee vormt het uitgangspunt voor externalisme.
Dus:
(1) De hersenen zijn een informatieverwerkend systeem.
(2) Een informatieverwerkend systeem kan geen bewustzijn voortbrengen.
(3) Een menselijke geest is onlosmakelijk met bewustzijn verbonden.
Dus:
(4) Menselijke hersenen zijn niet voldoende voor een menselijke geest.
Uiteraard verschilt deze conclusie nauwelijks van de conclusie die
René Descartes trok, en die tot zijn dualistische opvatting leidde. Het verschil is dat waar Descartes materie aanvulde met geest, externalisme de hersenen aanvult met de rest van het organisme en de omgeving. Bewustzijn ontstaat als een informatieverwerkend systeem in relatie komt te staan met een lijf en omgeving waarop de informatie betrekking heeft, of kan hebben. Anders geformuleerd, als breinactiviteit in verband komt te staan met van alles wat buiten dat brein ligt, dan kan er bewustzijn ontstaan.
Ik zal hier niet ingaan op de lastige vraag hoe dat verband tussen brein, lijf en omgeving er precies uit moet zien. Maar let op, het idee dat het om een fysieke wisselwerking zou gaan is niet voldoende. Ieder organisme, zelfs een eencellige, heeft een wisselwerking met zijn omgeving, maar niet ieder organisme heeft een geest (dat laatste is althans mijn uitgangspunt). Daarnaast behelst een wisselwerking niet meer dan een informatiestroom van de omgeving naar het organisme en terug, en ik ben het met Searle eens dat informatiestromen niet voldoende zijn voor het ontstaan van een geest.
Samengevat:
(1) De hersenen, ook in wisselwerking met de omgeving, zijn een informatieverwerkend systeem.
(2) Informatieverwerkende systemen geplaatst in informatiestromen zijn niet voldoende voor bewustzijn.
(3) Hersenen zijn derhalve niet voldoende voor bewustzijn.
(4) Descartes had gelijk, intentionaliteit en bewustzijn zijn niet in de hersenen te lokaliseren.
(5) Dus, bewustzijn moet buiten de hersenen worden gelokaliseerd (Descartes), of bewustzijn is niet te lokaliseren (
Mark Rowlands).

zaterdag 14 maart 2009

Godin van het nominalisme

Volgens het essentialisme is identiteit iets dat je bezit, en dat onlosmakelijk met jouw wezen verbonden is, er wellicht zelfs mee samenvalt. Essentialisten zullen je aanmoedigen om op zoek te gaan naar jezelf, of je vragen wie je werkelijk bent, wat je diepste verlangens zijn en wat je nu eigenlijk echt wilt. Daarmee spijkeren essentialisten je vast op het kruis van je lijf en verleden, en nodigen je uit dat voortaan trots te dragen. Samenvallen met je werkelijke ik of je echte wezen ontdekken is zoveel als toegeven dat je autobiografie geschreven is, en dat de rest van je leven gekenmerkt zal worden door een eeuwige wederkeer. Uiteraard kun je je wel anders voordoen dan je bent, maar die rol zal altijd vreemd aanvoelen, en op den duur leiden tot vervreemding, stress en depressiviteit.
Voor nominalisten daarentegen is identiteit niet iets wat je bezit en waar je naar op zoek moet, maar is identiteit dat wat je van jezelf maakt in het creatieve proces dat “je leven” heet. Je handelen is niet het gevolg van je identiteit. Nee, je identiteit is het resultaat van je handelen. En zolang je in staat bent je handelingen te veranderen, ben je in staat je identiteit te veranderen. Identiteit is niet verkleefd aan je lichaam, aan je brein of aan beide. Identiteit is net zo modificeerbaar en uitbreidbaar als je lichaam en je brein. Identiteit is een kunstwerk dat tijdens je leven tot stand komt, en dat vraagt om experimenten, grensoverschrijding, mislukkingen en successen.



So people that society once considered to be disabled can now become the architects of their own identities. And indeed continue to change those identities by designing their bodies from a place of empowerment.

Uiteraard is dit niet slechts voor gehandicapten weggelegd. Iedereen kan haar of zijn identiteit opnieuw vormgeven en veranderen. Het lichaam is geen beperking, mag geen beperking zijn, net zomin als het brein. Het heeft een groot voordeel om een lezende primaat te zijn in de 21ste eeuw. Je identiteit en menselijkheid zijn slechts gebonden aan de grenzen van techniek en fantasie. Welke andere diersoort kan dat nu zeggen?
Daarmee geeft Mullins een prachtig antwoord op de vraag wat kunst en wetenschap met elkaar hebben te maken: art transforms science into humanity.

Poetry matters. Poetry is what elevates the banal and the neglected object to a realm of art. It can transform the thing that made people fearful into something that invites them to look and look a little longer and maybe even understand.

By combining cutting edge technology, robotics, bionics, with the age old poetry we are moving closer to understanding our collective humanity.

Aimee Mullins is de godin van het nominalisme.

Zie ook: Gedachten die nog nooit zijn gedacht

woensdag 11 maart 2009

Atheïsme is geen keuze







Atheïsme is iets anders dan de keuze om te geloven dat er geen God is. Geloven in God is een keuze, atheïsme is dat niet. Je kiest er niet voor om niet in kabouters te geloven. Je kiest er niet voor om niet in morfogenetische velden te geloven. Je kiest er niet voor om niet in neurofeedback te geloven. Er zijn domweg geen redenen om wel in kabouters, morfogenetische velden en neurofeedback te geloven, dus doet de keuze zich niet voor. Het staat eenieder natuurlijk vrij om wel in kabouters en aanverwante zaken te geloven, maar dat is dan een keuze. De bewijslast ligt zo bij de gelovigen, niet bij degenen die geen enkele aandrang hebben te geloven.
Daarom trachten we te bewijzen dat de ruimte gekromd is, dat de aarde meer dan vier miljard jaar oud is en dat ons DNA erg op dat van chimpansees lijkt. Daarmee ondersteunen we de theorieën van Einstein, het ontstaan van ons zonnestelsel en evolutie. Die bewijslast willen we wel hebben. Maar niet de bewijslast voor het niet bestaan van onzinnige zaken! Want waar zouden we dan moeten beginnen?!
Door heel hard te roepen dat God niet bestaat, sterker nog, door heel hard te roepen dat God waarschijnlijk niet bestaat, zadelen atheïsten zich op met een onzinnige bewijslast. Floris van den Berg stond er gisteravond daarom weer knullig bij in Netwerk (dinsdag 10 maart). Joop van Ooijen, die “Jezus redt” op zijn dak heeft gemozaïekt, plaatste keer op keer een overrompelende aanval. Het leven na de dood is zo mooi als je in God gelooft! Wat blijft er van de maatschappij over als niemand meer in God gelooft? Je bent zo gelukkig als je je lot in de handen van Jezus legt! Kortom, Jezus redt.
Van den Berg stamelde wat, en aanschouwde trots het billboard van wat hij 'atheïsten' noemt. God bestaat waarschijnlijk niet. Van den Berg had verder niets zinnigs te melden. Natuurlijk niet, want de uitspraak dat God waarschijnlijk niet bestaat is niet te bewijzen. En het is al helemaal onmogelijk om aan te geven wat er ethisch gezien volgt uit de uitspraak dat God niet bestaat. Door atheïsme op deze wijze voor het voetlicht te plaatsen doet Floris van den Berg precies wat atheïsten niet zouden moeten doen: gelovigen de mogelijkheid geven om atheïsme af te schilderen als een religie naast de andere religies.
Iedereen die begint met “God bestaat waarschijnlijk niet dus…” heeft niets van atheïsme begrepen. Atheïsme is geen religie. Atheïsme is geen uitgangspunt, maar een eindpunt. We noemen iemand atheïst als zij haar leven denkend en genietend inricht en vormgeeft zonder een verwijzing naar God of goden.

zondag 8 maart 2009

Het begint met taal

Stel u krijgt van Geert Wilders de opdracht een nieuwe reclamecampagne op te zetten waaruit blijkt dat integratie voor veel buitenlanders een onmogelijke en lachwekkende opgave is. En dat het voor hen dan ook altijd lastig zal blijven een gelijkwaardige plek in de maatschappij te veroveren. En vooral dat dit aan henzelf ligt, en niet aan de immer welwillende Nederlanders. Als dat uw opdracht is, dan zijn de volgende spotjes ideaal (de cursieve tekst is een buitenlandse taal):

Komt een allochtone vrouw bij de dokter:
“Maar slaapt u wel genoeg mevrouw Demenchang?”
“Nee, geen slaap dokter, bachem ehh, hoofd-pijn!”
“Ja, u heeft hoofdpijn, dat weet ik maar ik zoek de oorzaak…”
“Oor-zaak, pune… Ahh, komt hoofdpijn door mijn oor?!”

Komt een allochtone man voor werk bij het ziekenhuis:
“Dus u wilt weer in het ziekenhuis werken meneer Youssuf, als broeder?”
“Ikke één broeder en twee zoes, maarre enne breed ik wil werken in ziekenhaus…”
“Ja, dat weet ik. Maar als broeder of als dokter?”
Nes gigun, mijn broeder geen dokter, mijn broeder is kok. Die werke, ik wil ook werk.”

Komt een allochtone moeder op oudergesprek:
“Ja, mevrouw Yildiz, de leraar wiskunde die maakt zich zorgen om Ahmed.”
“Oh menerre wij zelf zorg voor Ahmed, niet wiskundeleraar.”
“Natuurlijk, maar wat ik wil zeggen, Ahmed, doet het hartstikke goed, maar hij kan alleen met wiskunde niet goed meekomen.”
Mettilya, waar naartoe meekomen??? Schoolreis!”

Grappig toch?! Ze leren het ook nooit die buitenlanders. Op de schoolpleinen zullen jongeren de spotjes nadoen, en op kantoren wordt vrolijk, na Goede Moggel, doorgeparodieerd op deze Babylonische spraakverwarring. De campagne zal het beeld versterken van een onoverbrugbare kloof tussen Nederlanders en nieuwkomers. Dat zal op termijn onvermijdelijk zetels opleveren voor de PVV.
Wilders zal u deze opdracht echter nooit geven. Dat hoeft hij namelijk niet, want de spotjes maken onderdeel uit van een campagne van onze overheid, het ministerie van VROM.

“Geachte mevrouw of meneer,
Ik wil ernstig bezwaar aantekenen tegen de spotjes die op radio en televisie worden uitgezonden in het kader van de campagne Het begint met taal. De dialogen in de spotjes zijn denigrerend voor allochtonen, en doen geen recht aan de verwoede pogingen van honderdduizenden nieuwkomers om zich het Nederlands eigen te maken. De spotjes bekrachtigen het vooroordeel van domme buitenlanders, en dragen zo onbedoeld bij aan het beeld van een onoverbrugbare kloof tussen allochtoon en autochtoon.
Eenzelfde campagne had kunnen worden gevoerd aan de hand van spotjes waarin het hakkelende Frans, Spaans of Italiaans van Nederlandse toeristen niet wordt begrepen door een onwelwillende ober of dokter. Ook dan begint het met taal, maar wordt tevens duidelijk dat communicatie twee kanten heeft.

Vriendelijke groet,
Ronald Hünneman.”

Het materiaal van de campagne Het begint met taal vindt u hier.
De bovenstaande radiospotjes vindt u hier.
U kunt hier protest aantekenen tegen de wijze waarop deze campagne wordt gevoerd.

vrijdag 13 februari 2009

Collecte en bus

Er is waarschijnlijk geen God. Durf zelf te denken en geniet van het leven.

Afgelopen zondag werd in Amsterdam Darwin Day georganiseerd, met lezingen, columns, discussies, en een enkele lofzang ter ere van de tweehonderdste geboortedag van Charles Darwin (1809-1882). In de pauzes werd gecollecteerd voor de ‘reclamecampagne voor de rede’, de reclamecampagne die bovenstaande leus de openbare ruimte in gaat brengen. Ik had er geen cent voor over. Darwin en God hebben namelijk niets met elkaar te maken. Darwin heeft niet aangetoond dat er waarschijnlijk geen God is. Darwin heeft wel een alternatief gegeven voor creationistische verklaringsmodellen voor de op aarde levende organismen, maar daar volgt niet uit dat God niet bestaat en het wordt er ook niet waarschijnlijker door.
Logisch positivisten hebben aan het begin van de twintigste eeuw uitgelegd dat niet eens bij benadering vast te stellen is wat de term ‘God’ betekent. En zolang niet vast te stellen is wat een term betekent zijn er geen wetenschappelijke, zinvolle uitspraken te doen waarin deze term voorkomt. Anders gezegd, de zin “Er is waarschijnlijk geen God” betekent niets zinnigs. Nog anders gezegd, als wetenschappers uitspraken doen over God, dan doen ze wetenschap tekort of houden ze op wetenschapper te zijn. Cees Dekker die over creationisme spreekt houdt op wetenschapper te zijn, net zoals Richard Dawkins de evolutietheorie tekort doet als hij spreekt over God als misvatting. Wetenschap gaat over zinvolle vragen. Het meest wetenschappelijke antwoord op de vraag “Denkt u dat God bestaat” is daarom: “Huh?”
Maar zelfs als de term God wel een duidelijke betekenis heeft, dan is de uitspraak “Er is waarschijnlijk geen God” nog steeds onzinnig, ditmaal door het woord ‘waarschijnlijk’. Zoals Karl Popper (1902-1994) heeft laten zien worden uitspraken binnen de wetenschap niet in een of andere objectieve betekenis waarschijnlijker of onwaarschijnlijker. Op het moment dat God neerdaalt op aarde is de uitspraak “God bestaat waarschijnlijk niet” in een klap onwaar, net zoals de uitspraak “God bestaat heel misschien niet” of “God bestaat niet.” Het woord “waarschijnlijk” voegt dus niets interessants toe. Zaken bestaan of ze bestaan niet.
Het vervelendst van de reclameslogan is echter dat er na “Er is waarschijnlijk geen God” in een adem wordt doorgegaan met “Durf zelf te denken” en “Geniet van het leven.” Ondanks dat er strikt genomen geen logisch verband is, lijkt het hierdoor alsof er een samenhang is tussen deze beweringen. Maar de oproep om zelf te denken is toch hopelijk niet afhankelijk van het bestaan van God?! En de wens om te genieten van het leven staat toch los van de vraag of er goden zijn?! Andersom gezegd, zelfs als het bestaan van God onomstotelijk is aangetoond, dan nog, of juist dan, is het advies om zelf te denken van kracht. En zelfs als de goden onophoudelijk vervelende bevelen naar de aarde sturen, dan nog is het advies om rustig de tijd te nemen en te genieten van het leven zinnig.
Volgens de wetten van de reclame adviseert de tekst op de bus onbedoeld gelovigen om niet na te denken en niet te genieten. De slogan verbindt te makkelijk de teloorgang van God met de opleving van rede en genot. Terwijl het precies andersom zou moeten zijn. Een opleving van rede en genot doet de stem van God verstommen. Dat was de verdienste van Darwin.
“Denk en geniet” was daarom als slogan voldoende geweest.

dinsdag 3 februari 2009

Redeloos religieus atheïsme

“Rede en religie” is de titel van het boek dat VWO-scholieren als verplichte eindexamenstof krijgen voorgeschoteld. In een poging om volledig te zijn en niemand op de tenen te trappen heeft Michiel Leezenberg een nietszeggende inventarisatie geschreven waarvan de samenvatting kort kan zijn: “Veel filosofen hebben direct of indirect iets belangwekkends gezegd over religie. Tegen elk van die opvattingen is wel iets in te brengen. Jij mag dus zelf bepalen hoe je tegenover religie staat.” Het boek doet nergens een poging de lezer tot nadenken te dwingen. Geen enkele scholier zal na het lezen van dit boek geïnspireerd een doorwrocht betoog schrijven, en voor degenen die de schoolbanken al hebben verlaten zal na lezing hetzelfde gelden. Leezenberg slaat iedere poging tot serieus filosoferen dood.
Daarom wil ik alle eindexamenkandidaten filosofie oproepen tot (1) een massale klaagzang over dit boek en (2) het produceren van een pamflet van een halve tot drie A4-tjes met een radicaal of origineel standpunt ten aanzien van religie. Op basis van deze pamfletten stellen we een alternatieve bundel samen: “Redeloze religie.” Die bundel verspreiden we via internet en biedt lezers de mogelijkheid zich te ergeren, zich te vermaken, tegengas te geven en zelf filosofische denkbeelden te ontwikkelen. Het web wordt geteisterd door sites waarop gelovigen en atheïsten eeuwenoude argumenten herkauwen. Het is de hoogste tijd dat jonge denkers laten zien dat met betrekking tot rede en religie standpunten mogelijk zijn die niemand voor mogelijk had gehouden.

Religie en atheïsme
zijn de mobieltjes van voorbije tijden
Het is nogal onzinnig om een uiterst genuanceerd standpunt in te nemen ten aanzien van religie. Hetzelfde geldt overigens voor een uiterst genuanceerd standpunt ten aanzien van atheïsme. Als gelovigen zeggen dat er een god bestaat of dat mensen die in een god geloven gerespecteerd moeten worden, dan spreken ze onzin. Als atheïsten zeggen dat geloof in een god irrationeel is, of onredelijk, of berustend op tegenspraken, of niet-verifieerbaar dan verdoen ze hun tijd. Liever dan de “God Dellusion” had ik een boek van Richard Dawkins gelezen waarin hij de nieuwste inzichten van evolutiebiologen beschrijft. Of gebeurt er op dat gebied niets interessants meer, en is overbodig gezeur over het ongelijk van gelovigen een vlucht van Dawkins?
Terwijl Dawkins zelf het mooiste analyse-instrument voor religie en atheïsme heeft geleverd. Hij heeft immers het begrip ‘meme’ geïntroduceerd, en het idee van ‘the extended phenotype’. Combineer die twee tot ‘the extended memetype’ en je bezit het instrument dat je nodig hebt om religie en atheïsme te analyseren. Religie en atheïsme zijn memen die zich aan het mensenbreinen hebben gehecht. Ze dringen door in het mensenbrein, leggen daar eieren, en veranderen het gedrag van mensen zodanig dat de eieren gemakkelijk hun weg vinden naar nieuwe mensenbreinen.
Mobieltjes doen eigenlijk precies hetzelfde. Ze dringen zich op aan mensen, ze verkleven met het brein van mensen en ze veranderen het gedrag van mensen zodanig dat ook andere mensen een mobieltje aanschaffen. Of het nu gaat om religieus of atheïstisch gedachtegoed, of om een object zoals het mobieltje, het verspreidings- en overlevingsmechanisme is hetzelfde, zorg ervoor dat mensenbreinen de indruk hebben dat je noodzakelijk bent. Dan zullen ze je koesteren en anderen vertellen dat je noodzakelijk bent.
Maar de overeenkomst tussen mobieltjes en religie gaat veel verder. Mobieltjes hebben de belangrijkste functies van religie en atheïsme overgenomen. De volgende vijf punten lijken mij evident:
1. Religie en atheïsme brengen sociale netwerken tot stand. (Kijk eens op Hyves als je hieraan twijfelt.) Mobieltjes ook.
2. Religie en atheïsme schenken hun bezitters een bijzondere status. (Kijk eens naar de EO of naar de wijze waarop atheïsten hun rationaliteit aanprijzen.) Mobieltjes ook.
3. Religie en atheïsme ondermijnen de bestaande orde. (Denk aan de status van de eerste christenen en de eerste atheïsten.) Mobieltjes ook.
4. Religie en atheïsme sluizen geld van de ene klasse naar een andere klasse. (Denk aan de exorbitante rijkdom van kerk en de exorbitante bedragen die naar wetenschap gaan.) Mobieltjes ook.
5. Religie en atheïsme verketteren de niet-gebruikers. Mobieltjes ook. (Ketters en irrationele gelovigen zijn de tegenhangers van de losers zonder mobieltje.)
De slimste manier om religie of atheïsme te verspreiden is dan ook door de aanhangers te belonen met een mobieltje. “Gratis mobieltje met daarop de complete Bijbel, Koran of Thora.” Of, “Gratis mobieltje met daarop de voorgeïnstalleerde video’s waarin Dawkins de vloer aanveegt met creationisten.”

woensdag 28 januari 2009

Eerlijk en tragisch

Disciplinering is een term die in filosofische analyses de betekenis krijgt die Michel Foucault (1926-1984) eraan heeft gegeven. Het is lastig om deze betekenis in een paar zinnen uiteen te zetten, maar aangezien dat nu eenmaal bij alle termen van Foucault het probleem is voel ik mij niet bezwaard om te volstaan met een slordige schets. Het handigst is het om te beginnen met een vorm van disciplinering waaraan velen zich weleens onderworpen hebben, een georganiseerde teamsport. Om daaraan mee te doen dienen we ons te schikken naar het team waarvan we deel uitmaken, de club, de regels van het spel, de vaktermen, de sportbond, het speelveld, de schoenen, de kledingfabrikant en nog vele andere mensen, afspraken, instellingen, regels en gewoonten. Hoeveel vrijdenker we ook menen te zijn, op het voetbalveld onderwerpen we ons aan de regels en de scheidsrechter, en daarbuiten aan de club en de bond. Degenen die zich niet onderwerpen worden gestraft, met geel, rood of een reprimande van de voorzitter en als dat te vaak gebeurt uitsluiting van de hele sport.
De maatschappij waarin we leven legt ons een disciplinering op die vergelijkbaar is met die van een sport in teamverband. Zonder dat we ons er voortdurend van bewust zijn schikken wij ons naar de taal, gewoonten, moraal, instellingen, instituties en machinaties van onze maatschappij. Zo laat Foucault laat in zijn analyses zien dat onze ziektes en opvattingen over gezondheid, onze psychische aandoeningen, onze gezonde arbeidsmoraal en ons regime van straf en toezicht onderdelen zijn van een allesomvattende disciplineringstructuur. Die structuur is door niemand bedacht of met een vooropgezet plan ingevoerd, net zoals de voorzitter van de club niet het snode brein is achter de disciplinering in het voetbal (sterker nog zijn eigen gedrag is ook een gevolg van die disciplineringsstructuur). Disciplineringstructuren hebben ons allen in de greep, zonder dat we er goed zich op hebben en zonder dat we er iemand de schuld van kunnen geven.
Het briljante televisieprogramma Heerlijk, Eerlijk, Heertje gepresenteerd door Raoul Heertje legt de disciplineringstructuren bloot van de televisiewereld. In de eerste aflevering was te zien hoe programma’s worden voorgekookt, hoe interviews vooraf doorgesproken worden, hoe weinig spontaan presentatoren zijn en hoe bij dit alles programmamakers volharden in het opwekken van de illusie dat de kijkers een echte en spontane interacties tussen mensen voorgeschoteld krijgen. Geheel in lijn met Foucault werd er geen schuldige aangewezen. Televisiemakers produceren, presentatoren en hun productieteam maken, adverteerders stimuleren de illusie en kijkers smullen ervan. Zo wordt het onmogelijk om je als programmamaker aan deze disciplinering te onttrekken. De eerste aflevering ging dus niet zozeer over eerlijkheid, want dat zaken achter de schermen zo gaan is geen geheim, maar over een disciplinering die niemand wil, maar waaraan iedereen is onderworpen.
Maar, wat in de eerste aflevering nog deels impliciet was, werd in de tweede aflevering door Heertje naar de voorgrond getrokken. Heertje wilde aan de disciplinering ontsnappen, hij wilde vreselijk graag ontsnappen. Wanhopig zocht hij naar een mogelijkheid om niet ten prooi te vallen aan de machinaties van de televisie. Hij probeerde het publiek weg te sturen dat als klapvee was ingehuurd. Hij zocht wanhopig naar eerlijkheid, filmde zijn overwegingen met een webcam, en zond beelden van redactievergaderingen en fotoshoots uit. Om te ontsnappen greep hij zich vast aan een onmogelijke hand, de hand van God. Heertje wilde met een Waarachtige combinatie van Eerlijkheid & Volledigheid het Foucauliaanse monster verslaan, Joris en de draak. Hij bracht twijfels en beslissingsmomenten in beeld en alles wat bij de montage was weggelaten is terug te vinden op de website die bij het programma hoort.
Uiteraard gaat het Heertje niet lukken. Heertje is al onderworpen. Het programma is snel gesneden, met beeldwisselingen die de aandacht vasthouden, humor, verrassende momenten en spektakel: Heertje die door toedoen van zijn eigen productieteam voor schut komt te staan. Dat is televisie zoals televisie volgens producenten, adverteerders en kijkers moet worden gemaakt. Ook Heertje schikt zich naar deze structuren. Want hoe harder hij zich aan deze disciplinering probeert te onttrekken, hoe onbegrijpelijker zijn programma wordt en hoe eerder kijkers en adverteerders hem vriendelijk edoch beleefd zullen verzoeken omroepland te verlaten.
Heertje steekt nog wanhopig een hand uit naar Totale Eerlijkheid. Ook dat mislukt jammerlijk. Een mooi voorbeeld daarvan is de fotoshoot in aflevering 2. Heertje wordt gevraagd om met een gerbera voor zijn gezicht te poseren. Het wordt een gekunsteld geheel, waarbij Heertje niet weet hoe hij moet kijken en de fotograaf niet weet wat hij van Heertje kan vragen. Twee beelden later staat Heertje met enkele leden van het productieteam naar de resultaten te kijken. “Ik vind het echt niet mooi. Bah, doe weg,” zegt Heertje. Maar wat vindt hij echt?
Vind hij de foto’s lelijk omdat ze gekunsteld zijn en dus in dat opzicht niet eerlijk? Maar wat zijn dan niet gekunstelde foto’s? Is een foto van Raoul Heertje met een gerbera niet bij uitstek een eerlijke foto? Iedereen weet dat Heertje niet zomaar met een gerbera voor zijn neus gaat zitten. Dus heeft de foto daarmee al niet zijn eigen oneerlijkheid in zich opgenomen? Of weet Heertje niet wat hij van de foto’s vindt en zijn deze beelden er in gemonteerd omdat ze zo mooi bij de rest van het programma passen? Wij zullen het nooit weten. Wij zullen het nooit weten omdat zelfs Heertje het nooit zal weten, omdat zelfs Heertje nooit zijn eigen disciplineringsstructuren kan overzien.
Heertje is een held, maar een tragische held, en daarom verheug ik mij op alle volgende afleveringen.

Klik hier voor de website van Heerlijk, Eerlijk, Heertje. Op deze website zijn ook de beelden van de eerste afleveringen te vinden. De volgende aflevering is te zien op vrijdag 30 januari rond 22.00 uur.

zaterdag 3 januari 2009

Vrolijk Minderheidspel










Bent u ook zo bang om tot een meerderheid te behoren? Er is een remedie. Speur het internet af naar enquêtes, en kies het alternatief dat het minst wordt gekozen. Dat valt niet altijd mee, omdat de uitslag meestal pas na stemming aan u wordt bekendgemaakt. Maar des te bevredigender is het als u te zien krijgt dat u inderdaad niet tot de gevreesde meerderheid behoort. En het wordt echt leuk als u nog een berichtje kan achterlaten waarop u uw minderheidsmening onderbouwt. Gelukkig Nieuwjaar!

Het officiële Vrolijk Minderheidspel is dus heel eenvoudig:
(1) Zoek een enquête, poll, peiling, of in ieder geval iets op internet waar u uw mening kunt geven, en, niet onbelangrijk, waar u nadat u hebt gestemd de percentages te zien krijgt van de stemmers tot nu toe.
(2) Stem! Alle keuzes zijn toegestaan, behalve ‘Geen mening’, “Ik weet het niet” en dergelijke.
(3) Bekijk de uitslag. U heeft gewonnen als u op het minst gekozen alternatief heeft gestemd.

Voorbeeld 1:
(1) De peiling op
Volkskrant.nl
Deze week was de vraag “Als het aan de NS ligt, wordt voor de fiets betaald parkeren de norm, net als voor de auto. Goed plan?” De antwoordmogelijkheden waren “Ja” en “Nee.”
(2) Ik koos “Ja.”
(3) Daarna verscheen de stand tot nu toe: 83,9% had “Nee” gestemd, 16,1% had “Ja” gestemd. Dus had ik gewonnen, en behoorde tot een Vrolijke Minderheid. (Maar dit was wel een hele makkelijke…)

Voorbeeld 2:
(1) De peiling op
AD.nl
Deze week was de vraag: “Wat vindt u? Ik verwacht dat 2009 een heel rustig jaar wordt.” De antwoordmogelijkheden waren: “Dat verwacht ik ook”, “Integendeel!” en “Ik heb geen idee”.
(2) Op grond van de regels is het antwoord “Ik heb geen idee” uitgesloten. U moet dus kiezen uit “Dat verwacht ik ook” en “Integendeel”.
(3) Daarna verschijnt de uitslag. Probeert u het ook eens, en voel de verrukking van een vrolijke minderheid!

Zie ook de enquêtes op:
Elsevier
Dagblad van het Noorden
NRC

vrijdag 26 december 2008

Waarheid en duurzaamheid













These are all tough, tough problems; the only way to solve them is to get people excited.
Peter Senge

De werkelijkheid waarop kennis betrekking heeft moet onveranderlijk zijn, vonden zelfs de eerste Griekse filosofen. Want hoe zou je kennis kunnen hebben van iets dat voortdurend verandert? Als wat je meent te weten, bij de eerste de beste rimpeling van de werkelijkheid niet meer klopt, dan kan het nooit kennis zijn. Dus wil kennis mogelijk zijn, dan moet er een werkelijkheid zijn die niet verandert, de Ware Werkelijkheid, zeg maar.
Die Ware Werkelijkheid kan niet de wereld van de zintuigen zijn. Onze waarnemingen veranderen immers voordurend. Alles stroomt, ontstaat, vergaat, begint en vervormt. Kennis uitsluitend op zintuiglijke waarnemingen funderen is als bouwen op een moeras, als je geluk hebt blijft een hooghartig paleis even staan, maar uiteindelijk wordt het onvermijdelijk opgeslokt door de grillen van de ondergrond. Echte kennis daarentegen berust op de Ware Werkelijkheid die achter de vliedende verschijnselen schuilgaat. Wiskunde, natuurkunde en bètawetenschappen verklaren de veranderlijke verschijnselen door een beroep op een wereld van abstracte vormen, elementaire deeltjes en wetenschappelijke methoden. Deze verankeren de waarheid zonder zelf ooit waargenomen te kunnen worden. Absolute waarheidpretenties gaan zo hand in hand met een verwijzing naar een Ware Werkelijkheid die per definitie onzichtbaar is.
Filosofie is de eeuwenlange worsteling om aan dit uitgangspunt te ontsnappen. De grootste verdienste van de moderne filosofie is dan ook het besef dat kennis, zintuiglijke waarneming en interactie met de wereld onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. In dat proces wordt iedere heiligheid uiteindelijk vermalen en is iedere waarheid niet meer dan een tijdelijk plek in de luwte. Elke nieuwe onderstroom kan oude waarheden voorgoed ten onder laten gaan, hoe dierbaar de rust ook was. Het is daarom niet verwonderlijk dat ieder tijdsgewricht antifilosofische pogingen doet dit tij te keren. Iedere cultuur kent tradities, instituten, boeken en heiligen die een bovenmenselijke eeuwigheidswaarde krijgen toegeschreven.
Het grote gevaar voor het begrip duurzaamheid is dat het een plaats krijgt binnen een dergelijke Ware Werkelijkheidstraditie. Dat zou de onmiddellijke filosofische dood van het begrip betekenen. Duurzaamheid zou met de Ideeënwereld van Plato op de schroothoop van het westerse denken belanden. Dit gevaar is zo groot omdat de term duurzaamheid al lijkt te impliceren dat het tijdelijke wordt overstegen. Wat duurzaam is, is per definitie niet tijdelijk. Daardoor is duurzaamheid automatisch verbonden met gevoelens van diep ontzag en heiligheid. Daardoor dreigt duurzaamheid te verkerkelijken, te verworden tot Waarzaamheid, een instituut met een officiële leer uitgedragen door groene priesters en globale kardinalen. Om die al te wisse dood te voorkomen wil ik nu al plechtig verklaren dat voor echte duurzaamheid hetzelfde geldt als voor echte waarheid. Echte duurzaamheid bestaat niet.

It is about how we live together.
Peter Senge

Maar zoals het einde van absolute waarheid niet het einde van waarheid betekent, zo betekent het einde van echte duurzaamheid niet het einde van duurzaamheid. Er is in dat opzicht een mooie parallel tussen waar en duurzaam. Dat waarheid mensenwerk is en geen Godsgeschenk, betekent namelijk dat waarheid juist wel bestaat. Waarheid bestaat daar waar mensen het met elkaar eens zijn, samen bouwen en wonen, samen een gemeenschap vormgeven en ideeën uitwisselen. Met andere woorden, waarheid bestaat net zo hard als de Martinitoren, de Erasmusbrug en het Binnenhof. Er is geen verschil tussen terroristen die de Martinitoren opblazen en terroristen die onze waarheden ondermijnen. Afschaffing van de slavernij, vrouwenkiesrecht, leerplicht, democratie en scheiding van kerk en staat hebben dezelfde hardheid als de Domtoren.

People have to be passionate.
Peter Senge

Op dezelfde wijze is duurzaamheid verbonden met mensengemeenschappen. Menselijk handelen, en alleen menselijk handelen maakt zaken duurzaam. In de loop van de geschiedenis van de aarde hebben natuurrampen en de strijd om het bestaan 99,99% van de soorten uitgeroeid. Voor het eerst is er nu een soort die zaken in stand wil houden.
Duurzaamheid is door mensengemeenschappen omschreven dierbaarheid met daar op afgestemde ideeën en handelingen. Wij hebben geen heilige plicht tegenover Moeder Aarde, en om dezelfde reden geen heilige plicht tegenover welke andere soort ook. Wat we wel hebben zijn sentimenten en ideeën. En die sentimenten en ideeën vormen de enige basis voor onze zorg voor de ons omringende wereld. Duurzaamheid is inderdaad gebouwd op een moeras. Maar ja, ook de mij meest dierbare stad is niet meer dan een wankel geval op palen.